|
Minder antibiotica bij varkens door slim werken(preview artikel Pig Business april 2009) Bedrijfsblindheid als valkuil "Dierenartsenpraktijk Horst (Limburg) heeft bij varkenshouderijklanten het afgelopen jaar een verminderd antibioticagebruik gerealiseerd ten opzichte van vorig jaar" Dierenartsenpraktijk Horst (Limburg) heeft bij varkenshouderijklanten het afgelopen jaar een verminderd antibioticagebruik gerealiseerd ten opzichte van vorig jaar. Varkensdierenarts Robin Holle van DAP Horst schrijft de daling vooral toe aan een beter management op de varkensbedrijven. "Gezondheid bij varkens is een breed begrip. Het is afhankelijk van diverse factoren waar de varkenshouder dagelijks invloed op heeft. Een betere gezondheid begint bij een omschakeling in het dagelijkse doen en denken van de varkenshouder”, aldus Holle. "Bij elke verrichting moet de varkenshouder zichzelf kritisch afvragen of het wel de juiste aanpak is. Holle benadrukt een correct gebruik van antibiotica. "Antibiotica zijn uitstekende medicijnen, maar ze vereisen wel een doordacht gebruik. Elke keer als hij antibiotica gebruikt, moet een varkenshouder zichzelf afvragen of de varkens als koppel erbij gebaat zijn. Met doelgericht gebruik van antibiotica, bijvoorbeeld ter bescherming van open wonden als gevolg van castratie, is niks mis. Maar het moet wel functioneel zijn.” Varkenshouder Gerbert Oosterlaken is het met Holle eens dat bedrijfsblindheid de grootste valkuil is voor vermindering van antibioticagebruik. "Als vandaag met gericht management wordt gestart, kan iedere varkenshouder het antibioticagebruik op zijn bedrijf binnen een jaar tot wel 40 procent verminderen. Dit lukt echter niet als er iets in het management hapert.” De varkenshouder uit Beers (Noord-Brabant) vormt met zeven andere varkenshouders het netwerk ‘Gericht antibioticumgebruik in de varkenshouderij’. Oosterlaken: "Wij zijn in 2007 begonnen met het monitoren van het antibioticagebruik en door schade en schande wijs geworden. Maar het is ons allen gelukt om in 2007 zonder verslechterde technische resultaten een verminderd antibioticagebruik variërend van 10 tot 40 procent te realiseren. Het afgelopen jaar is een stagnerende lijn in antibioticagebruik waar te nemen. Willen we een verdere vermindering bereiken, dan moeten we ingrijpender maatregelen nemen op onze bedrijven. Denk aan aanpassingen van de stallen.” Vermeerderaar aan de basis De varkenshouder is van mening dat de vermeerderaar aan de basis staat van een gezond varken in het vervolg van de keten. "Tot 23 en met name tot 8 kilogram zijn de biggen het meest vatbaar voor ziektes. Vergelijk het maar met peuters die spelenderwijs met andere kinderen in contact komen en zodoende vaak last hebben van een loopneus. Biggen zijn precies hetzelfde. Daarom is toomgewijs werken belangrijk. Stel dat twee biggen in een kraamhok een virus bij zich dragen dan zijn de overige hokgenoten ook besmet. Wordt het hok besmette biggen gemengd met de rest van de hokken, dan worden alle andere tomen ook besmet. Hetzelfde geldt voor het leegmaken van afdelingen met gespeende biggen. Vaak worden de biggen die te licht zijn in gewicht verplaatst naar de volgende afdeling. Met het mengen wordt de volgende afdeling ook geïnfecteerd en zo blijft de infectie in stand. Het accent bij het opleggen moet minder op gewicht en meer op leeftijd liggen.” Oosterlaken vindt een goede relatie tussen vermeerderaar en vleesvarkenshouder een vereiste voor een goede overgang van biggen van het vermeerderings- naar het vleesvarkensbedrijf. "De basis is een vertrouwensrelatie tussen beide, bestemd voor een langdurige periode. Dit bevordert informatie-uitwisseling over de biggen tussen beide schakels. Voor een vleesvarkenshouder is het namelijk praktisch om te weten wat er met de biggen is gebeurd. Maar ook de terugkoppeling naar de vermeerderaar moet goed zijn. Beide schakels zijn voor een goede gezondheid afhankelijk van elkaar.” Ook vindt de varkenshouder dat varkensbedrijven een strikter euthanasiebeleid moeten toepassen. "Bij de meeste varkenshouders is de aandacht gefocust op kwantiteit in plaats van kwaliteit. Zwakke en ongeneeslijk zieke biggen worden met antibiotica in leven gehouden, terwijl verderop in de keten dezelfde biggen vaak alsnog afhaken of achterblijven.” De benadering van dierenarts Robin Holle sluit aan op die van Oosterlaken. „Voor mij zijn de belangrijkste aandachtspunten in de stal: structuur en vaste looplijnen, goede behandeling eerste levensdagen big, strikt euthanasiebeleid, meer aandacht voor voer en water en een gerichte inzet van vaccins”, aldus Holle De dierenarts constateert dat de vereiste nieuwbouw en renovatie voor het voldoen aan de wet- en regelgeving van 2013 een kans is voor vele varkensbedrijven. "Een goede bedrijfsstructuur is een fundament bij het streven naar een betere gezondheid. Basisvoorwaarden als een strikte scheiding van materialen en kleding tussen de verschillende diergroepen, moeten altijd in orde zijn. Verder is bij de aanvoer van opfokgelten een quarantainestal aan te bevelen. Hanteer ook altijd vaste looplijnen van jong naar oud.” Voer De varkensdierenarts vindt dat een strikt en gericht euthanasiebeleid te weinig wordt toegepast. "Zieke dieren zijn een besmettingsbron en vormen een gevaar voor de rest. Is een varken na twee antibioticabehandelingen niet genezen dan doet de varkenshouder er verstandig aan om het varken te euthanaseren.” Voor Holle is een strikt euthanasiebeleid snel herkenbaar. "Een bedrijf met een goed euthanasiebeleid heeft geen restafdeling met zieke varkens.” Holle geeft aan dat de invloed van voer op de gezondheid van het varken wordt onderschat. "Voeding vormt bij elk levend wezen de basis voor een goede gezondheid. In de varkenshouderij is prijs vaak de belangrijkste factor bij voerkeuze. Mijn advies is: begin met het beste voer. Bouw dan af om te kijken wat de invloed van voer op het varken is.” De Limburger vindt dat de begeleiding door voorlichters van de voerfabriek beter kan. "Een voorlichter moet op de hoogte zijn van huisvesting, management, wet- en regelgeving, enzovoorts. Maar ook van het voer dat ze leveren, moeten ze alles weten. En in de praktijk blijkt dat lastig. De kennis van de nutritionist is niet die van de voorlichter. Voor zowel de varkenshouder als dierenarts is het belangrijk dat voer veel inzichtelijker wordt.” Vaccins Zowel Robin Holle als Gerbert Oosterlaken benadrukken dat elk varkensbedrijf anders is, en daardoor anders benaderd moet worden. „Diverse factoren als brij- of droogvoer, genetica, locatie varkensbedrijf zijn van invloed op gezondheid. Maar elk bedrijf heeft mogelijkheden om het antibioticagebruik terug te dringen. De lat moet daarbij steeds een beetje hoger komen te liggen”, stelt Holle. Varkenshouder Gerbert Oosterlaken blijft de komende jaren werken een gezondere varkensstapel waardoor hij het antibioticagebruik verder kan verminderen. "Ik ben ervan overtuigd dat dit op ieder varkensbedrijf samengaat met beter produceren. Maar de varkenshouder moet het zelf wel willen. Waar een wil is, is een weg!” Basismanagementfactoren voor minder antibiotica (bron: ‘Netwerk Gericht Antibioticumgebruik’) 1. Basismanagement • Frequente klimaattechnische aanpassingen • Optimalisatie voer en water 2. Kritisch bijsturen bedrijfsbehandelplan • Gerichte enting na goede diagnose • Bedrijfsbehandelplan bespreken met terugkoppeling medewerkers • Bekendheid bij personeel met achtergrondreden voor vermindering antibioticagebruik • Alleen in uiterste gevallen koppelbehandeling • Verschuiving waar mogelijk van gemedicineerd voer naar water 3. Strikte interne bio-security • Toomsgewijs werken (zoveel mogelijk overleggen beperken en toomsgewijs huisvesten) • Hygiëne bij biggenbehandeling (attributen verschonen, ontsmettingspoeder in nesten) • Strikte scheiding diergroepen (kleding, materiaal, handen wassen) • Looplijnen van jong naar oud 4. Strikte externe bio-security • Strikt douchen personeel en bezoekers • Betere scheiding schone en vuile wegen 5. Strikte eigen aanfok • Goede selectie fokkerijdieren • Zoveel mogelijk tomen met streptococcen niet inzetten voor fokkerij 6. Strikte all in – all out • Gelijktijdig volleggen en leeghalen (overblijvers niet met andere leeftijdsgroepen mengen) • Zowel op stal- als afdelingsniveau 7. Reiniging en ontsmetting • Gericht ontsmettingsbeleid • Zoveel mogelijk sanitaire leegstand tussen rondes 8. Voldoende ruimte per dier • Geen overvolle hokken |
|||||||||||||


















