Oude bekenden steken de kop op

De laatste maanden zien wij in de praktijk ziektebeelden die we lang niet gezien hebben.

Haemophilus

"Zo is de van voeger zeer bekende Haemophilus in het veld ook wel “Hemofilus” genoemd op dit moment weer volop actief"
Zo is de van voeger zeer bekende Haemophilus in het veld ook wel “Hemofilus” genoemd op dit moment weer volop actief. Tegenwoordig is de naam Actinobacillus pleuropneumoniae ofwel A.P.P. Het typische ziektebeeld zoals trage vleesvarkens, lichte hoest, hondezit, hoge koorts en plots dood met soms bloed uit de neus, komt steeds vaker voor.
Vroeger werd APP gezien bij stallen waar biggen ingelegd werden van meerdere herkomst en vaak in stallen met een slecht ventilatie systeem. De weersomstandigheden zijn de laatste maanden redelijk extreem geweest. Sneeuw, vorst, harde wind en regen hebben behoorlijk huisgehouden. Ook moderne stallen met high-tech ventilatie systemen kunnen wel degelijk fouten hebben. Maar al te vaak blijkt dat de buitenluchtinlaat veel te wind gevoelig is met als gevolg dat dit ook in de stal te merken is. Ook de binneninlaat heeft nogal eens een te groot oppervlak. Regelapparatuur is zo complex dat fouten in de instellingen niet makkelijk aan het licht komen.
Mijn advies is: laat 2x per jaar een ventilatiedeskundige komen om e.e.a. door te meten en in te stellen het betaalt zich absoluut terug. Zeker bij nieuwbouw moet een ventilatie-expert geraadpleegd worden en niet alleen de aannemer die ook wel weet hoe het (niet) moet.
 
A.P.P. wordt niet alleen bij de vleesvarkens gezien, maar ook reeds bij gespeende biggen en een enkele keer zelfs al in de kraamstal. Wij moeten ons afvragen waarom deze kiem al bij deze jonge groep dieren de kans krijgt. Zijn er nieuwe agressieve stammen ontstaan of minder antistoffen bij de zeugen (maternale immuniteit)aanwezig? Het bepalen van het type APP en de hoogte van de antistoffen in de biest kan hier mogelijk iets over zeggen. 
Acute uitbraken zijn goed te behandelen met antibiotica (injectie, water/voer), zie het behandelprotocol van uw dierenarts. Wanneer een bedrijf met een APP-uitbraak te maken krijgt dan gelden de volgende aandachtspunten: diermanagement (niet mengen), leeftijdscheiding, all-in-all-out, klimaat en hygiëne. Tevens moeten de zeugen meer antistoffen aan hun biggen doorgeven, dus vaccineren en zorgen voor een goede biestvoorziening en melkgift (voer). 

Speendiarree 
Speendiarree/slingerziekte vroeger een plaag voor dier en mens en vervolgens lange tijd min of meer afwezig geweest, maar de laatste tijd zien we toch weer meer verschijnselen.
Gespeende biggen die plots doodgaan, smalle biggen met diepliggende ogen, al of niet met diarree. Door een verstoring van het evenwicht in de darm krijgen toxinevormende E. coli stammen de overhand en het toxine(gifstof) zorgt voor de eerder genoemde verschijnselen.
De keuze van het voer (grondstoffen, vorm), zogenoemd “veilig voer”, wordt toegepast om de problemen te voorkomen, maar geeft ook minder groei wat bij de huidige bezetting niet direct wenselijk is.
Organische zuren via voer en/of water worden veelvuldig gebruikt met wisselend resultaat en zink en koper produkten (chelaten) vragen ook hun deel. Voerverandering (samenstelling, leverancier) is vaak effectief, zij het slechts tijdelijk en antibiotica zullen helaas af en toe nodig zijn.
Preventieve maatregelen zoals zinkoxide toevoegen aan het biggenvoer (1-3 kg/1000 kg voer) geeft een goed resultaat, maar is helaas in Nederland niet toegestaan. Het wordt hoog tijd dat we niet alleen kijken naar Deense varkens en de medicijnregulatie, maar ook naar voorbehoedende maatregelen zoals het gebruik van zinkoxide waardoor het antibioticagebruik verminderd kan worden. Slimme mensen die Denen.
Twee vliegen in een klap dat zou mooi zijn, gespeende biggen zonder slingerziekte of hersenvliesontsteking (Str. Suis). De droom van elke varkenshouder.
Niet alleen een eradicatie programma voor PRRSV, maar ook Streptococcen vrije bedrijven.
Kortom meer onderzoek (lees geld) naar en uniformering van preventieve maatregelen zodat er nauwelijks nog antibiotica nodig zijn.

Vibrio
Vibrio (Treponema, Serpulina, Brachyspira) Hyodysenteriae lijkt weer terug van weggeweest, hoewel de ziekteverwekker nooit helemaal van de bedrijven is verdwenen. Door vele  management maatregelen en verbeterde hygiëne is de betekenis de laatste jaren afgenomen. Maar de vraag naar hoge groei in de vleesvarkenshuoderij en het gebruik van antibiotica, Tylosine bij PIA, zouden wel eens de oorzaak kunnen zijn dat we nu weer sterk alert moeten zijn op dysenterie (Brachyspira Hyodys.).
Naast acute sterfte met bloederige diarree, komt de chronische vorm met grijs-bruine olieachtige dunne mest het meest voor. De varkens hebben ingevallen flanken, groeien minder, hebben een hogere voederconversie en meer spreiding in gewicht. Kortom veel schade.
De meeste verschijnselen zien we in de vleesvarkenshouderij, maar de bacterie wordt doorgegeven van zeug naar big zodat ook bij zeugen en biggen verschijnselen kunnen optreden. Opfok speelt ook een belangrijke rol, want vaak is het deze categorie die zorgt voor verspreiding onder de zeugen.
Momenteel zien we op enkele bedrijven reeds problemen bij de gespeende biggen. Deze bedrijven moeten voorkomen dat de Brachyspira zich op grote schaal gaat verspreiden naar opfokzeugen, gespeende biggen en vleesvarkens. De behandeling is vrij uitgebreid en voor elk bedrijf maatwerk. De brachyspirakiem kan in de omgeving vrij lang overleven dus zal de nadruk moeten liggen bij hygiëne (schoonmaken, opdrogen, desinfecteren en opdrogen), diergroepen/afdelingen goed gescheiden houden (aparte laarzen, gereedschap, kleding, minimaal in de hokken komen) en een gericht gebruik van bepaalde antibiotica. Vraag het uw dierenarts. Hoe eerder u de verschijnselen ziet hoe beter, dus bij dunne mest ook onderzoek op Brachyspira Hyodysenteriae en Pilosocoli laten doen (IFT/PCR, kweek).
Het voer is ook van invloed op het aanslaan van deze ziektekiem en ik wil de veevoederindustrie vragen om naast aandacht voor groei, v.c., spier-spek-verhouding, ook onderzoek te doen naar voercomponenten die de darmgezondheid bevorderen en juist die componenten die deze negatief beïnvloeden weg te laten. Waneer we met voer de Brachyspira, PIA en Salmonella voor een belangrijk deel kunnen bestrijden dan kan het antibioticum gebruik drastisch naar beneden.
 
Tot slot zeg ik: wees alert op de bovengenoemde “oude bekenden” want met een goede aanpak zijn zij zeker onder controle te krijgen.


Cees Veldman, dierenarts varkens, preview artikel Varkensbedrijf