Verlengde mastitis therapie geeft betere genezing

Met maatregelen is mastitis beter te bestrijden of te voorkomen. Dat blijkt uit het onlangs gehouden symposium ‘Van onderzoek naar praktijk’, georganiseerd door het Uiergezondheidscentrum Nederland (UGCN).

Veel mastitisgevallen zijn terug te voeren op twee momenten: het begin van de droogstand en de tijd rond het kalven. Het probleem is bloot te leggen door het aantal nieuwe mastitisgevallen en herhalingsgevallen te inventariseren, stelt Andrew Bradley van de Universiteit in Bristol (Gr.-Br.). Hij legt de grens voor mastitis op een koe-celgetal van 200. Bij koeien die binnen 30 dagen lactatie mastitis ontwikkelen, ligt de oorsprong van de infectie meestal in het begin van de droogstand. Krijgt een koe na 30 dagen mastitis, dan ligt de oorsprong in begin lactatie. Doel is hooguit één geval per 12 koeien binnen 30 dagen lactatie, en twee gevallen per 12 koeien na 30 dagen lactatie. Hierboven is actie nodig. 


Goede tepelvoeringen
Actie kan in de melktechniek liggen. Graeme Mein van de Universiteit van Melbourne (Aus.) benadrukt het belang van goed aansluitende tepelvoeringen rondom speen en uierbodem. Luchtzuigen leidt tot (tijdelijk) vacuümverlies onder de speen. Dan kan melk vanuit de klauw terugstromen onder de speen. Als dat sporen melk bevat van een voorgaande koe met (sub)klinische mastitis, is dat riskant. Ook moeten tepelvoeringen de speen en speenpunt weinig belasten. Speenpunten moeten geen ring of een soepele ring vertonen. Ruwe speenpunten sluiten na het melken niet goed en zijn dus vatbaarder. Of een infectie aanslaat of bedwongen wordt door de koe, hangt af van de weerstand. Het aandeel van de genetische aanleg daarvoor is laag, zegt Bonnie Mallard van de Universiteit van Guelph (Can.). De weerstand is voor 8 procent toe te schrijven aan erfelijke aanleg. Toch is dit genoeg om via fokkerij vooruitgang te boeken, al gaat dat langzaam. Omdat de speen het contactpunt is tussen koe en omgeving, moet aandacht voor hygiëne zich daarop richten, adviseert Pamela Ruegg van de universiteit van Wisconsin. Een schoon milieu beperkt infecties met alle soorten bacteriën. Een manier om de bedrijfshygiëne te toetsen is het beoordelen van de reinheid van de uier. Volgens Ruegg ontwikkelt 20 procent van de koeien met vieze uiers mastitis. Bij schone uiers is dat 12 procent. Ruegg vindt maximaal 10 procent vieze uiers acceptabel.

Verlengde therapie
Als een koe mastitis heeft, is snel en goed behandelen noodzaak. Ynte Schukken, van de Universiteit van Cornell (VS), zei dat een kwartier dat geïnfecteerd is geweest, een driemaal zo hoge kans heeft om opnieuw geïnfecteerd te raken. Het onderzoek toont dat behandelen van een geïnfecteerd kwartier via de uier bijna gelijke genezingspercentages geeft als gecombineerde therapie, waarbij ook in de nek behandeld wordt. Alleen bij zieke dieren draagt combinatietherapie met pijnbestrijding bij. Schukken meldt dat verlengde therapie, onafhankelijk van het gekozen middel, aantoonbaar hogere genezingskansen geeft. De beste kans is bij combinatie van verlengde therapie met een passend middel. Dan moeten de verwekker en eventuele resistentie bekend zijn.¦

(bron: UGCN 2008)