|
Megastallen en megaproblemenSoms zie je dingen beter van veraf dan van dichtbij, soms komt het inzicht met de afstand en vergelijking. In het NRC en op haar blog De Wereldreiziger beschrijft Louise O. Fresco wat haar te binnen schiet als zij op reis is, of juist weer terug in Nederland komt. Met de megastallen hebben we er een megaprobleem bij: spraakverwarring en zwakke journalistiek vieren hoogtij, gevoed door rumoerige belangengroepen die het met de details niet zo nauw hoeven te nemen, wetenschappers die op elke vraag een antwoord hebben dat nieuwe vragen oproept en politieke leiders die uitmunten in wollige aarzeling. Veel meer dan het verzet tegen windmolenparken of ondergrondse CO2-opslag kristalliseren zich in de beroering rondom de megastallen de dilemma’s over hoe Nederland zijn toekomst wil vormgeven. In vergelijking met andere landen is de Nederlandse intensieve veesector een van de schoonste ter wereld. Uitkomst van een ontwikkeling Toch is het moeilijk het bezwaar van dierenwelzijn volledig te onderbouwen met wetenschappelijke argumenten. Megastallen komen uit onderzoek niet systematisch naar voren als een meer dieronvriendelijke omgeving dan stallen van een andere schaal. Dieren die niet onderling om voedsel hoeven te strijden en die voldoende ruimte hebben om afwisselend, natuurlijk gedrag te vertonen, hebben veelal minder stresshormonen in hun bloed. "In het debat gaat het daarentegen over de perceptie – het dier dat in mensenogen ‘ongelukkig’ lijkt, omdat het niet vrij rondloopt" In het debat gaat het daarentegen over de perceptie – het dier dat in mensenogen ‘ongelukkig’ lijkt, omdat het niet vrij rondloopt.Het tweede type bezwaar gaat over de landschappelijke vervuiling en de effecten op het milieu. Stallen als fabrieksgebouwen zijn zonder meer lelijk, maar wetenschappelijke argumenten over de milieu-uitstoot zijn niet hard te maken. Per dier is de uitstoot lager dan bij conventionele stallen en deze kan nog aanzienlijk dalen in gesloten systemen. Risico's volksgezondheid Tot slot is er de economische dimensie. Lage marktprijzen betekenen meer dieren om het boereninkomen te handhaven. De suggestie dat supermarkten maar meer moeten betalen, gaat in tegen de economische ervaring dat bij gelijke kwaliteit de goedkoopste aanbieder, uit Nederland of elders, wint. Nederlandse consumenten neigen ook niet naar extra betalen, hoewel het aandeel aan biologisch vlees groeit, maar zoals gezegd is dat geen oplossing. Geen megastallen betekent inkomenssteun aan boeren of andere bronnen van inkomsten en het wegvallen van de export. Ondanks deze kanttekeningen groeit de consensus dat megastallen niet in Nederland passen – dat zegt zelfs de voorzitter van boerenbelangenvereniging LTO, maar als de politiek megastallen verbiedt, dan verhuist de productie naar bijvoorbeeld Polen, al of niet dankzij Nederlandse investeringen. Hoe hypocriet is het om goedkoop vlees te kopen dat elders is geproduceerd, hoogstwaarschijnlijk onder minder milieu- en diervriendelijke omstandigheden? Blangen botsen vooortdurend Megastallen zijn geen landbouwkundig probleem. Het gaat over de dilemma’s van duurzame ontwikkeling. Afgezien van het vroegere ministerie van Landbouw heeft tot voor kort niemand hierover willen nadenken. De kunst van regeren is het afwegen van ongelijksoortige doelen – varkens of natuur, boereninkomen of volksgezondheid. Dat afwegen is een ondankbare taak, zeker nu elke groep die zich tekortgedaan voelt, zijn standpunt ongenuanceerd uit op internet. In tijden van oorlog roept de politiek makkelijk ‘Voorwaarts!’, maar in tijden van welvaart is men steeds vaker verdeeld over welke doelen de doorslag moeten geven en dreigt een patstelling. bron: artikel NRC woensdag 2 maart 2011 door Louise O. Fresco Uw reactie op dit artikel.Geef uw eigen reactie door hier te klikkenZaterdag 5 Maart 2011Mark de Leer Duidelijk verhaal, maakt het makkelijker duidelijke keuzes te maken. |
|||||||||||||


















