Plan uw quotum rendement

Bij het ingaan van een nieuw melkquotum jaar is het nu een goed moment om de melkproductie op het bedrijf in kaart te brengen en een goede planning te maken voor dit jaar en het volgende jaar. Met het huidige melkquotumsysteem liggen de te leveren kg melkvet vast en is de uitbetaling van de melkfabrieken gebaseerd op vet en eiwit met een negatieve grondprijs. Daarnaast hanteren veel melkfabrieken bij de uitbetaling een systeem van korting in het voorjaar en de zomer en een extra toeslag in de herfst en begin winterperiode. Door handig gebruik te maken van deze vaststaande gegevens kunt u als melkveehouder meer inkomsten halen uit de te leveren hoeveelheid melk per jaar.

Hoeveelheid melkquotum per bedrijf

De hoeveelheid te leveren melk per bedrijf is in feite niet de kg melk, maar de kg melkvet. De hoeveelheid melkeiwit die geleverd kan worden is dus vrij en onbeperkt. Gezien de uitbetaling voor melkvet en melkeiwit (het eiwit brengt circa 2x zoveel op als het vet) is een normaal melkvetgehalte (4 – 4,5%) met daarbij een zo hoog mogelijk melkeiwit gehalte uiterst aantrekkelijk om de melkgeld opbrengsten van het melkveebedrijf te verbeteren.
Daarnaast is de melkgeld opbrengst voor het melkveebedrijf ook te verbeteren door meer melk in de dure periode af te leveren en minder melk te produceren in de goedkope opbrengst periode (voorjaar en zomer). Door planmatig hier binnen het bedrijf rekening mee te houden en door management maatregelen effectief uit te voeren zijn extra opbrengsten mogelijk tegen vaak dezelfde kosten.

Hoe dit te realiseren?

1 Koeien gezond houden en bij ziekte zo snel mogelijk weer laten herstellen

Gezonde koeien eten ruim voldoende voer voor de melk die ze produceren en blijven daarnaast ook in de juiste conditie. Indien een koe meer melk produceert als dat ze kan opeten dan begint ze als eerst hulpmiddel haar lichaamsvet aan te spreken (=Negatieve Energie Balans en bij slepende melkziekte of ketose). Dit lichaamsvet wordt direct ingebouwd in het melkvet en zorgt er daardoor voor dat het melkvet % stijgt en het melkeiwit % laag is of lager wordt. Dit zie ik te vaak bij vaarzen en koeien in de eerst 150 dagen van de lactatie. Daarnaast heeft elke aandoening van de koe het effect dat ze minder voer opneemt of niet in de goede verhouding (minder ruwvoer en minder krachtvoer uit de box). Voorbeelden zijn kreupelheid, pensverzuring, baarmoederontsteking of beschadiging van de geboorteweg en leververvetting. Kijk maar op de MPR-uitslag en je zal zien dat deze koeien een hoog melkvet% hebben en een laag melkeiwit%. Bij een verschil van meer dan 1% tussen het vet en eiwit% in de melk dan is de koe niet 100% gezond en is extra aandacht nodig om de oorzaak op te sporen en zo snel mogelijk dit te verhelpen.

2 Rantsoen optimaliseren

Gezonde en goed functionerende melkkoeien lopen goed, vreten goed en herkauwen veel. Als ze dat doen dan kunnen ze ook maximaal energie en bouwstoffen uit het voer halen (uit de pens en uit de darm) en die komen dan in de bloedbaan van het dier terecht. Hierdoor wordt er géén lichaamsvet afgebroken, waardoor het melkvet% normaal blijft, en is de melkeiwit productie zo hoog mogelijk. Voorwaarden voor een perfecte voeropname en pensfunctie is een evenwichtig uitgebalanceerd rantsoen dat onbeperkt beschikbaar is voor alle dieren. Bij grotere koppels melkkoeien is het soms nodig om groepen te maken. Bijvoorbeeld een pasgekalfde groep melkkoeien of een aparte melkvaarzen groep. Deze zeer belangrijke groep dieren krijgen dan extra aandacht en eten een compleet rantsoen zonder los krachtvoer aanvulling. Het risico op pensverzuring neemt af doordat elke hap voer alles bevat en in evenwicht is.

3 Rantsoen sturen

Om een goede melkgift te realiseren met een hoog melkeiwit% is het nodig dat het rantsoen voor de hoog-productieven veel goede energie bevat en ook vrij veel bestendig zetmeel (dit wordt in de darm benut en zorgt voor een extra glucose opname in de bloedbaan). Daarnaast moet de melkgift van de hoog-productieven ook niet extra gestimuleerd worden door te hoge voereiwit giften. Dit geeft verdunning van gehalten in de melk en een toename van de Negatieve Energie Balans (zie boven). Een goed hulpmiddel om de eiwitgift en de voerbenutting uit het rantsoen te volgen is het melkureum gehalte. Ideaal is een melkureum gehalte tussen de 15 en maximaal 25.

4 Fokkerij

Op lange termijn is met fokkerij nog extra veel te verdienen door alleen stieren te gebruiken die het melkeiwit% verhogen en daarbij het melkvet% verlagen of hoogstens gelijk houden.

5 Afkalfpatroon sturen

Veel mogelijkheden om het afkalfpatroon te sturen is er op het melkveebedrijf niet zonder extra veel kosten te maken. Mogelijkheden zijn er wel door zoveel mogelijk te proberen om door een goede opfok de vaarzen meer in mei, juni en juli te laten kalven. Hierdoor produceren ze maximaal in de periode van dure melk en staan ze de volgende lactaties ook niet droog als de melk juist duur is.

6 Behandelingen verschuiven

Het behandelen met antibiotica van de melkgevende dieren waarbij géén melk geleverd mag worden, zoals hoog celgetal dieren, plannen dat dit zoveel mogelijk gebeurt in de periode waarbij de melkprijs laag is (zomer) of waarbij het quotum al vol is (maart-april).

Conclusie

Samengevat wil ik zeggen dat de melkgeld opbrengsten voor een melkveebedrijf met een vast quotum extra verhoogd kan worden door de juiste koeverzorging toe te passen, rantsoenmanagement en alle beschikbare kennis toe te passen om met een gericht fokbeleid de gehalten in de melk te sturen. Daarbij is strategisch plannen van te behandelen dieren en afkalven van de vaarzen een extra mogelijkheid voor een beter bedrijfsresultaat.

Artikel Dick de Lange Melkveebedrijf