Waarom
Parasitaire infecties bij paarden komen veelvuldig voor. We moeten steeds uitgaan van de stelling dat een paard zonder parasieten eigenlijk niet bestaat. De meeste grazende paarden zijn besmet maar op veel bedrijven is het probleem minimaal doordat regelmatig behandeld wordt. Dit neemt niet weg dat de infectiedruk hoog kan zijn en dat bij stopzetten of onvoldoende behandelen zeer snel opnieuw problemen ontstaan.
De belangrijkste wormbesmettingen bij paarden zijn:
*Kleine Strongyliden
*Grote Strongyliden
*Lintworm
*Spoelworm
*Veulenworm
*Aarsworm
*Horzel
Diagnose
Een vermoedelijke diagnose kan gesteld worden op basis van de symptomen, bedrijfsevaluatie, seizoen en het gebruikte ontwormingsschema. Vaak is het toch interessant om deze diagnose te bevestigen. Niet alleen om wormbesmetting bij klinisch zieke dieren aan te tonen, maar eveneens om op bedrijfsniveau de infectiedruk en efficiëntie van het ontwormingsschema te kunnen inschatten.
vraag de gratis wormonderzoekset paard hier aan
In de eerste plaats is controle van de (verse) mest op de aanwezigheid van wormeitjes of wormen zelf een goede manier om een besmetting met de meeste types wormen aan te tonen alsoook om de infectiedruk en de efficiëntie van ontwormen te kunnen evalueren.
Daarbij dienen we wel de bedenking te maken dat enkel de volwassen wormen eitjes produceren!
Verder bestaat ook nog de mogelijkheid om een bloedonderzoek te doen voor de diagnose van de kleine en grote strongyliden (bloedwormen). Hierbij wordt gekeken naar bepaalde eiwitten die stijgen of dalen.
Behandeling
Practisch gezien is het ontwormen van uw paard gemakkelijk met behulp van de verschillende doseringsspuiten die voorhanden zijn. Daarbij kunnen wij u de keuze bieden tussen:
• ivermectine (eqvalan, furexel, eraquell, noromectin)
-> eventueel gecombineerd met praziquantel (equimax, nu ook in een smakelijke tabletvorm)
• moxidectine (equest)
-> eventueel gecombineerd met praziquantel (equest pramox)
• pyrantel (strongid-P)
Echter in theorie is de behandeling/preventie veel moeilijker. Te weinig behandelen kan namelijk leiden tot ziekte, te veel behandelen werkt dan weer resistentie in de hand.
Tot op heden is in Nederland enkel resistentie beschreven van PARASCARIS tegenover ivermectines. Gelukkig reageert deze wormsoort wel goed op pyrantel.
Het verschil tussen ivermectine en moxidectine zit in hem de werkzaamheidsduur en de aanpak van de 'slapende' larven van de kleine bloedwormen. Enkel moxidectine heeft een bewezen effectiviteit tegenover deze larven.
Praziquantel is dan weer hét middel tegen lintwormen.
Wanneer is het waarschijnlijk niet nodig te ontwormen?
• Op bedrijven waar geen echte weidegang is volstaat het toepassen van een strikte hygiëne en is ontwormen meestal niet nodig. Onder hygiëne wordt het dagelijks verwijderen van de faeces uit de boxen, standen en uitloop en minstens één maal per week vervangen van het stro en schoonmaken van de boxen verstaan.
• Op bedrijven met extensieve beweiding (bijvoorbeeld enkele paarden op een melkveebedrjf met 50 ha, die over een groot deel van het land geweid worden) is ontwormen ook niet nodig.
• Omdat in de winter de ontwikkeling van de vrij levende stadia stil staat en de eieren zeer slecht overleven, is preventief ontwormen tussen september en maart niet nodig, behalve eventueel bij veulens tegen S. westeri of P. equorum. Dit geldt ook voor de paarden die hele winter buiten lopen. Uiteraard kan het wel nodig zijn om therapeutisch te moeten ontwormen in deze periode. Er zal dan uit de anamnese blijken dat de wormbestrijding onvoldoende is geweest.
• Als alle faeces consequent tweemaal per week van de wei verwijderd kan worden is ontwormen waarschijnlijk niet of zeer beperkt nodig. Het is echter verstandig dit te ondersteunen via faecesonderzoek.
Wanneer is het waarschijnlijk wel nodig te ontwormen (te bestellen bij Dierapotheker.nl)?
Op bedrijven met intensieve beweiding is ontwormen vrijwel altijd wel nodig, vooral als er veulens en jaarlingen aanwezig zijn. Het preventief gebruik van benzimidazolen tegen Strongylidae is, in verband met wijd verbreid voorkomende resistentie niet aan te bevelen. Eigenlijk is dit alleen verantwoord als via faecesonderzoek is aangetoond dat ze nog wel effectief zijn. Tegen andere rondwormen kunnen de benzimidazolen wel gebruikt worden.
• Doe een week voor het naar buiten gaan of bij paarden die het hele jaar buiten lopen begin maart, kwantitatief faecesonderzoek van representatieve vertegenwoordigers van de leeftjdscategoriën veulens, jaarlingen, tweejarigen, driejarigen en volwassen paarden. Om kosten te besparen kunnen eventueel monsters per leeftijdscategorie onderzocht worden waarbij er wel zorg voor gedragen wordt dat van elk paard even veel faeces in het monster komt en dat het zeer goed gemengd wordt.
• Ontworm de leeftijdscategorie met een gemiddeld strongylus EPG> 100(¹) en individuele paarden met een strongylus EPG > 200 met het middel van keuze voor ze naar buiten gaan, of half maart als ze permanent buiten lopen. Dieren waarbij P. equorum gevonden wordt, worden ontwormd met een benzimidazole of met pyrantel. Zorg ervoor dat een deel van de volwassen paarden met lage EPG’s in ieder geval niet ontwormd wordt.
• Doe na het verstrijken van de ERP(²) (zes weken voor pyrantel, acht weken voor ivermectine en twaalf weken voor moxidectine) na elke ontworming in voorjaar en zomer opnieuw faecesonderzoek van representatieve vertegenwoordigers van ontwormde leeftijdscategorien om te bepalen of opnieuw ontwormen nodig is.
• Bij leeftijdscategoriën paarden die niet ontwormd zijn, moet het faecesonderzoek na een maand worden herhaald. Hierbij gelden dezelfde criteria als bij punt 2 of dieren ontwormd worden of niet. Bij paarden waarvan door eerder faecesonderzoek bekend is dat ze altijd zeer weinig eieren in de faeces uitscheiden is dit herhaalde faecesonderzoek niet nodig.
• Gebruik zo mogelijk weidehygiëne (tweemaal per week faeces verwijderen) of evasieve beweiding (elke twee tot drie weken risicopaarden verweiden naar een veilige wei). Dit is een wei waar dat weideseizoen nog niet eerder paarden hebben gelopen. Ook als het, zoals op bijna alle intensieve bedrijven, niet mogelijk is evasieve beweiding het hele weideseizoen vol te houden, scheelt het als zware infecties kunnen worden uitgesteld.
• Voor veulens zijn aparte aanbevelingen nodig tegen S.westeri en P. equorum. Dit houdt dus voornamelijk hygiënische maatregelen in en voor P. equorum, het zoveel mogelijk mijden van weiden waar vorig jaar besmette veulens of andere paarden gelopen hebben. Verder kan via regelmatig faecesonderzoek van veulens beneden de zes maanden, te beginnen circa veertien dagen na de geboorte (S. westeri) of boven de vier maanden (P. equorum) worden nagegaan of ontwormen zinvol is (S. westeri EPG > 2000; P equorum eieren aanwezig). Bedenk dat het zeer frequent blind behandelen met ivermectine van veulens geleid heeft tot de problemen met ML-resistentie van P. equorum.
• Overweeg het doen van een FECRT wanneer een groep paarden voor de tweede keer ontwormd moet worden, vooral wanneer het EPG onverwacht hoog is. Zorg dan wel voor een individuele vergelijking van het EPG van paarden op het moment van ontwormen en veertien dagen later.
• Bij alle dieren die nieuw op het bedrijf komen, wordt een FECRT(³) gedaan voor ze toegevoegd worden aan de dieren in de wei.
Uiteraard zijn bovengenoemde maatregelen vooral relevant voor grote intensieve bedrijven met veel risicopaarden. Dit zijn overigens juist de bedrijven waar resistentie van de cyathostominae tegen de ML het eerst zal gaan optreden. Implementatie van deze maatregelen op bedrijven met één of enkele paarden op een klein weitje is lastig. De dierenarts zal daarbij vooral zijn gezonde verstand moeten gebruiken, waarbij de mate van risico (zijn er jonge paarden) moet worden ingeschat.
Toelichting:
(¹) EPG = eieren per gram faeces, dus de uitkomst van mestonderzoek
(²) ERP = de tijd die het duurt vanaf het moment van ontwormen tot dat weer eieren in de faeces voorkomen in flinke aantallen (EPG >200 of 300)
(³) FECRT = faecesonderzoek vóór ontwormen en 14 dagen erna om resistentie tegen wormmiddelen vast te stellen.
Het veterinair laboratorium in Horst, Vetlab Horst, biedt mestonderzoekspakketten op maat
