|
Speuren naar de oorzaak van slappe biggenOp de Nederlandse varkensbedrijven worden veel gezonde biggen geboren. Die biggen nemen makkelijk biest en melk op en pakken het bijvoer gaandeweg ook mee. Daardoor gaat het spenen soepel en leveren zij als vleesvarken een goede prestatie. Daarnaast worden er op zijn tijd ook slappe biggen geboren. U kent ze wel, vaak een te laag geboortegewicht, weinig actief en te zwak om voldoende biest en melk op te nemen, waardoor het spenen moeizaam verloopt en ziekmakende kiemen vrij spel krijgen of ze gaan al vlot na de geboorte dood. "Die slappe biggen willen we dus eigenlijk niet hebben" Die slappe biggen willen we dus eigenlijk niet hebben. Wat kan nu de oorzaak zijn van die slappe biggen? Besmettelijke of niet besmettelijke oorzaak Als we naar de oorzaak kijken is het handig een onderscheid te maken tussen besmettelijke en niet-besmettelijke oorzaken. Dus slappe biggen op basis van een infectie of op een andere basis. PRRS (abortus blauw) en Influenza (griep) zijn veruit de belangrijkste infectieziekten die slappe biggen kunnen geven. PRRS infecties zijn tegenwoordig goed aan te tonen in de slap geboren biggen zelf. Er kan een PCR test gedaan worden op de slap geboren biggen en is die positief dan is PRRS als verwekker van betekenis. Aanvullend kan bloed van de zeugen onderzocht worden met de IMPA PRRS-bepaling. Zijn alle titers hierbij laag, dan speelt PRRS geen rol bij de slappe biggen van die zeugen. Influenza infecties zijn niet d.m.v. een PCR aan te tonen en hierbij zijn we aangewezen op het aantonen van de hoge titers die na een infectie ontstaan. Alle types (H1N1, H3N2 en H1N2) die in Nederland voorkomen zijn hierbij van belang. Obstipatie, PHS, Melkziekte, Uierstuwing en MMA zijn als niet-infectieuze oorzaken aan te wijzen. Bij obstipatie is er sprake van te vaste mest en de zeugen zijn te traag. De zeugen eten vaak minder goed en ze liggen vaker op de buik. De biggen hebben dan vaak opgetrokken buikjes, ze blijven ingevallen. Bij PHS, wat staat voor Porcine Hypogalactie Syndroom, worden de biggen na een normale draagtijd geboren en ze zijn bij de geboorte ook voldoende actief, maar na zo’n 6-12 uur worden ze sloom. Ze worden sloom omdat ze onvoldoende of geen melk krijgen. Als je de zeugen bekijkt dan zijn ze onvoldoende opgeuierd en als je aan het uier voelt, dan blijven de klieren na de geboorte te slap. Het is bij PHS van belang dat de zeugen en tomen net na het werpen worden bekeken en zo’n 12 tot 24 daarna. Bij melkziekte speelt er wat anders. Het werpen vertoont bij de 3e en oudere worps zeugen te traag. Bij de jongere worps komt dit dan niet voor. Hiervoor is het dus belangrijk te weten hoe lang het geboorteproces duurt. Per zeug varieert dit van 1.5 tot 10 uur. In de praktijk zullen de zeugen die vroeg in de morgen starten met werpen net na de middag klaar moeten zijn. Zijn de oudere worps pas einde middag klaar met werpen, dan kan melkziekte rol spelen bij de slappe biggen uit die worp. Overigens is het in zo’n situatie wel heel handig als u standaard noteert wanneer een zeug start met werpen en eindigt en wat u of een ander (paraaf) doet bij die zeug (opvoelen, injectie kort- of langwerkende Oxytocine, injectie Novem, etc.). Uierstuwing en uierontsteking Uierstuwing is goed te zien en voelen aan de uiers van de zeug. Het komt nogal eens voor in de Nederlandse kraamstallen. Voor het werpen zijn de zeugen al fors opgeuierd en de afdrukken van de roosters zijn duidelijk en snel te zien op de uiers. Je kunt heel gemakkelijk putjes, die lang blijven staan, drukken in de huid van het uierweefsel. Koorts hebben zeugen met uierstuwing vrijwel nooit. Bij MMA hebben de zeugen juist wel koorts, de lichaamstemperatuur is dan gauw boven de 40.5 graden Celsius. MMA staat voor mastitis, metritis en agalactiae, en het is een ziektebeeld dat we tegenwoordig nog maar zelden zien. Bij MMA speelt ook een infectieuze component, die is vaak bacterieel. De uiers verkleuren rood tot vuurrood en de uiers zijn bijzonder pijnlijk. De melk die het uier produceert is afwijkend van kleur en samenstelling en uit de schede komt vaak stinkende uitvloeiing. Zo kunnen we dus vaak door goed te kijken en te voelen de niet-besmettelijke oorzaak van slappe biggen benoemen en door aanvullend laboratoriumonderzoek de besmettelijke component, PRRS danwel Influenza, achterhalen. Nieuw bloedonderzoek zeugen Blijven over die situaties waarbij er wel te veel slappe biggen geboren worden en we toch nog geen oorzaak kunnen vinden. Sinds kort bepalen we dan van een groep zeugen die net slappe biggen geworpen heeft een aantal bloedwaardes. Het gaat daarbij om het totaal eiwit, het eiwitspectrum en het leverenzym AST. Dit onderzoek heeft alleen zin als andere oorzaken van de slappe biggen minder waarschijnlijk zijn geworden en als een voldoende aantal zeugen het zelfde beeld vertoont. Wat kunnen we met de gevonden bloedwaarden? Het voert te ver om hier alle mogelijke uitkomsten te beschrijven, maar enkele voorbeelden geven aan wat kan en wat niet kan. Bijvoorbeeld bij een hoge waarde van het leverenzym AST en een laag eiwitgehalte (albumine) in het bloed van de zeugen met slappe biggen, bij verder normale bloedwaarden, is er een aanwijzing dat de lever niet optimaal functioneert. Daardoor kan de lever tijdens de dracht het eiwit uit het voer niet goed omzetten in eiwit voor de biggen in de baarmoeder, waardoor slappe biggen kunnen ontstaan. Een ander voorbeeld doet zich voor bij zeugen met slappe biggen, die normale leverenzymwaarden hebben en een laag eiwitgehalte (albumine) en verder normale bloedwaardes. Hier worden waarschijnlijk onvoldoende albumines met het voer aangeboden. Dat kan door onvoldoende voeraanbod in de dracht of onvoldoende eiwit in het voer in de dracht of de verdeling van de aminozuren in het drachtvoer laat te wensen over. Ook zijn er voorbeelden van zeugen, die alleen een hoog gamma-globuline gehalte hebben, dit kan wijzen op chronische infecties, bijvoorbeeld ontstekingen van het beenwerk of blaas of baarmoeder. Hoge gehaltes aan beta-globulines zijn een aanwijzing voor de aanwezigheid van wormen. Logisch nadenken Dit bloedonderzoek is dus heel praktisch en de kosten er van zijn beperkt. Het kan van waarde zijn voor de veterinair en nutritionist om te voorkomen dat er meer slappe biggen geboren worden, maar moet niet te kust en te keur worden ingezet. Kijken, voelen en logisch nadenken blijft de basis. Robin Holle, dierenarts varken, preview artikel Varkensbedrijf Uw reactie op dit artikel.Geef uw eigen reactie door hier te klikken |
|||||||||||||


















