"Bij het spenen van biggen zien we met regelmaat, een paar dagen later, “smalle “ biggen ontstaan"
Bij het spenen van biggen zien we met regelmaat, een paar dagen later, “smalle “ biggen ontstaan. Bij het spenen waren het “volle “biggen en vragen doen zich dan voor over dit verschijnsel van terugval in conditie. In dit artikel worden een aantal redenen, die kunnen bijdragen aan dit probleem, maar ook een aantal preventieve maatregelen, die kunnen bijdragen aan de oplossing, op een rij gezet.
Wat ziet men bij speendip? Bij het spenen ziet men na enkele dagen smallere biggen ontstaan, die soms trager zijn, soms koorts hebben en in een aantal gevallen diarree hebben. Na ongeveer een week trekt het beeld weg, behalve als er zich ernstiger complicaties gaan voordoen. Te denken valt dan aan zenuwverschijnselen, die zich uiten in de vorm van slingerende gang, nekkramp, slijters en dode dieren. Op sectie ziet men dan dieren, die in een aantal gevallen een darmontsteking hebben met vochtophopingen in de ophangband van de darmen, in de oogleden en in de nek. Het hersenvlies is in een aantal gevallen ontstoken, soms ziet men er gewrichtsontstekingen bij ontstaan en onstekingen aan de hartkleppen. Ook kunnen zich verschijnselen van huidontsteking, leverontsteking en nierontstekingen in de vorm van vergrote nieren voordoen. De beschreven sectiebeelden kunnen zich ook voordoen in allerhande combinaties, maar soms vindt men niets. De economische schade door groeivermindering, mindere kwaliteit biggen en uitval kan groot zijn; 10% minder groei en 5% uitval is beschreven op probleembedrijven; bekend is ook, dat deze biggen op de vleesvarkens-of opfokbedrijven beduidend minder presteren qua groei en gezondheid. Als men dan naar de oorzaken (de stress-factoren) gaat kijken, die een rol spelen bij het ontstaan van de speendip, dan kan men aan (1) voedingsoorzaken, (2) huisvestingsoorzaken en (3) aan ziektekundige oorzaken, die niet rechtstreeks aan de voeding en huisvesting gerelateerd zijn, denken.
VoedingBij het spenen van biggen verwachten wij, dat het big van melk als voornaamste voedingsbron overgaat op vast voer. We geven in de kraamstal al vast voer bij, maar het big blijft, bij goede moedereigenschappen van de zeug, toch ook een melkdrinker. Als bij het spenen de melk wegvalt als voeding en daarvoor alleen maar vast voer in de plaats komt, dan zal een big moeten wennen om daarvan alleen te leven. Dit kan duidelijk gepaard gaan met diarree. Daarnaast zullen de darmbacteriën zich moeten aanpassen qua onderlinge verhoudingen in samenstelling, omdat andere voedingsstoffen in de darmen komen. Dit geeft een verschuiving in die samenstelling van die bacteriën, waarbij gedurende de hergroepering giftige bacteriën de overhand kunnen gaan krijgen. Door deze bacteriën kan zich een darmontsteking ontwikkelen, wat bijdraagt aan het ontstaan van diarree; in ernstiger gevallen gaan deze bacteriën giftige stoffen produceren, die in de bloedcirculatie komen, daar een bloedvergiftigingsbeeld geven met hersenverschijnselen, die variëren van biggen met een slingerende gang tot nekkramp en dode dieren. Omdat darmgezondheid een wezenlijk iets is om de gezondheid van een dier te bewaken, alleen daarom al zal de overgang van melkvoeding naar vaste voeding uiterst zorgvuldig moeten gebeuren.
HuisvestingHuisvesting is ook een oorzaak, die belangrijk is in het complex, dat bijdraagt aan het ontstaan van de speendip. Oorzaken als onvoldoende hoge omgevingstemperatuur, onvoldoende hokoppervlak (overbezetting), onvoldoende drink- en eetplaatsen, verkeerde ventilatie-patronen en dergelijke, zullen bijdragen aan het ontstaan van smallere biggen en de gezondheid negatief beïnvloeden met gevolgen zoals beschreven. Omgevingstemperaturen zullen, afhankelijk van het type speenruimte, bij het spenen moeten variëren van 24 tot 27 graden Celsius, omdat de dieren bij te lage omgevingstemperatuur eerder (bij het nog niet goed kunnen benutten van vast voer) hun lichaamsreserves zullen aanspreken, wat zal bijdragen tot het “smalle-dieren"-beeld met alle risico's van dien. Hetzelfde geldt voor overbezetting en/of te weinig eet-en drinkplaatsen. Het zijn allemaal factoren, die een negatief effect hebben op het opstarten van de speenbiggen in hun huisvesting. Het doet zich voor bij alle typen speenafdelingen, dus ook bij het gebruik van kraamopfokhokken en optimalisering is vaak via kleine ingrepen te verkrijgen.
Ziektes
Ziektekundige oorzaken doen zich voor wegens het niet optimaal zijn van voedings-en huisvestingsoorzaken, hetgeen de gezondheid met name op darmniveau onder druk zet; daarnaast hebben we ook te maken met ziektekundige faxtoren, die de gezondheid van het big op het moment van spenen in de meest uitgebreide zin van het woord onder druk zetten los van het feit, dat het big gespeend wordt; echter, omdat ze gespeend worden, dragen deze factoren bij aan de speendip. Dit verschijnsel doet zich voor, omdat de immuniteit, die biggen meekrijgen van de zeug via de moedermelk tegen bepaalde ziekten (zoals bijvoorbeeld PRRS) begint af te lopen, waardoor de dieren gevoelig worden voor infecties met deze ziekte-kiemen; ze worden ook daadwerkelijk door een aantal van deze ziekteverwekkers geïnfecteerd en ze moeten zelf actief als speenbig immuniteit gaan opbouwen. Dit kost heel veel energie bij jonge dieren, wat zich vertaalt in het ontstaan van smallere biggen, omdat het voer, wat eigenlijk gebruikt wordt voor groei nu aangewend moet worden voor het op gang helpen en houden van het immuniteits-apparaat. Deze kruising van het aflopen van de “via de zeug verkregen immnuiteit” en het opbouwen van een “eigen immuniteit “ kan behoorlijk bijdragen aan het ontstaan van de speendip en zo gemakkelijk bijdragen aan het ontstaan van speendiarree en darmontstekingen, waardoor bacteriën of virussen, die normale darmbewoners zijn, via darmbeschadigingen gemakkelijker in de lichaamscirculatie kunnen komen en op die manier de totale gezondheid van het big nog extra kunnen bedreigen. Bekende voorbeelden zijn de streptococcen-ziektebeelden en de Circo-ziektebeelden. Een reden te meer om de darmgezondheid heel goed te bewaken. Daarvoor zullen waar mogelijk infectie-momenten en daaraan aangepaste vaccinaties een rol kunnen spelen, zodat het big een bescherming heeft op het moment, dat andere stress-factoren mogelijkerwijs hun invloeden hebben op het ontstaan van de speendip, hoe optimaal die andere factoren ook aangepakt worden. Soms is, behalve vaccinatie-gebruik, ook een tijdelijk gebruik van antibiotica nodig.
Conclusie Speendip is een terugval van de biggen rondom het moment van spenen. Het is een beeld, dat door verschillende factoren beïnvloed wordt in zijn ontstaanswijze, variërend van voeding, huisvesting en ziektekundige oorzaken en wat zich in verschillende vormen kan uiten, van smal worden tot zenuwverschijnselen tot de dood toe. We moeten ervoor zorgen, dat de preventieve maatregelen op alle terreinen optimaal zijn, zodat het speentraject zo goed mogelijk opgestart kan worden, waardoor ook de weg voor andere ziektekundige bedreigingen zo weinig mogelijk open gesteld zal worden. De economische schade tijdens de speenperiode en de daarop volgende fase in opfok- en vleesvarkensbedrijven kan fors zijn. Door te werken aan een optimale situatie rondom het spenen zal de gezondheid van de speenbiggen minder onder druk komen te staan en zal dat zijn positieve weerslag hebben bij speenbiggen en de fases erna.
Omdat dit ziekte-beeld van speendip een factoren-ziekte is, waarbij voeding, huisvesting en ziektekundige oorzaken naast elkaar en door elkaar optreden, daarom is een goed overleg tussen eigenaar, voorlichter en dierenarts heel noodzakelijk om het probleem van speendip goed en eenduidig aan te pakken. Op de meeste bedrijven zal de speendip dan voor een groot gedeelte verdwijnen.
Paul Verstraelen, dierenarts varkens
Artikel Varkensbedrijf