Succesfactoren en systeemfouten varkensbedrijven

Er zijn in Nederland steeds meer gezonde varkens. Vooral de laatste 2 jaar is hierin een behoorlijke slag gemaakt. Daar waar vroeger een hoestje voor lief werd genomen, is dit nu een signaal om de weerstand van de varkens verder te optimaliseren. Toch blijven de verschillen in gezondheidsstatus tussen de bedrijven aanzienlijk. Wat zijn nu de succesfactoren die maken dat het op een bedrijf beter gaat lopen en

"in welke systeemfouten blijven andere bedrijven hangen "
in welke systeemfouten blijven andere bedrijven hangen waardoor de verbeteringen weer worden opgevolgd door mindere periodes? Vanuit de dagelijkse praktijk in het zuiden van Nederland een indruk van die factoren. 

Volop eet- en drinkplaatsen voor biggen
Het is geen nieuws maar wel een feit dat de productie van de zeugen in Nederland geweldig is toegenomen. Maar weinig bedrijven hebben dit kunnen bijhouden in de zin van voldoende ruimte voor de gespeende biggen. We zeggen dan gauw dat een big onvoldoende ruimte heeft, maar het gaat veel meer om voldoende en makkelijk bereikbare eet- en drinkplaatsen. Pas gespeende biggen die met 25 hun dagelijkse vochtbehoefte uit 1 drinknippel moeten halen komt voor.
"Nog los van het feit dat zo’n drinknippel en het klepelen van voer ook nieuw voor ze is"
Nog los van het feit dat zo’n drinknippel en het klepelen van voer ook nieuw voor ze is. Dan is het niet zo gek dat het ondereind van zo’n koppel maar nauwelijks voer opneemt en zo een makkelijke prooi wordt voor de op ieder bedrijf op de loer liggende Streptococcen.

Een los voerbakje de eerste 5 dagen na spenen waarin een passend korreltje met water wordt aangeboden is geen overbodige luxe. Hierdoor pakken de biggen makkelijker aan en gaan eerder meer voer opnemen. Zeker als voor spenen ook al ruim vast voer (en water) is verstrekt en opgenomen bij de zeug. Door in de kraamstal én de eerste dagen na spenen heel secuur bij te voeren wordt een forse slag gemaakt. Het kost wat tijd, maar dat verdient zich snel terug. De kunst van het bijvoeren is, dat de bakjes voldoende snel leeg zijn, de biggen moeten de bakjes schoon poetsen. Hoe je dat moet doen verschilt per bedrijf en welk voedertje het beste werkt, dat maken de biggen zelf wel duidelijk.
Deze 2 systeemfouten, te weten onvoldoende eet- en drinkplaatsen en onvoldoende aandacht voor de overgang van melk naar vast voer, zijn op de bedrijven waar het steeds beter gaat inmiddels getackeld, maar blijven wel aandacht vragen. 

Strak werken
Een andere systeemfout, het niet strak werken, blijkt lastiger op te lossen. Dit niet strak werken uit zich op allerlei manieren. Zo kan het zijn dat ondanks dat alle werkzaamheden zich iedere week herhalen er toch iedere week anders wordt gewerkt. Hierdoor worden bijvoorbeeld biggen in natte afdelingen opgelegd, liggen zeugen pas 1 dag voor werpen in de kraamstal, krijgen biggen onvoldoende biest, worden entingen uitgesteld of overgeslagen of zitten biggen tijdelijk zonder water of voer. Aangezien in Nederland op veruit de meeste bedrijven iedere week de zeugen biggen, vraagt dit een strakke indeling van de week. Misschien is dat wat saai, maar voor een goede productie is het een must. Zeker op de grotere bedrijven is bijvoorbeeld een biggen enting op 3 weken iedere week een hele klus;
"ieder big 100% raak vaccineren vraagt vakmanschap"
ieder big 100% raak vaccineren vraagt vakmanschap. Dat vakmanschap uit zich dus vooral in hoe je de zaken organiseert en hoe vast je bent in de uitvoering. Het te snel invoeren van weer een nieuwe maatregel op een bedrijf waar het niet loopt geeft niet alleen onrust maar zorgt vaak ook voor een neerwaartse spiraal qua diergezondheid. Je weet niet meer wat je doet. Rust en overzicht zijn hele basale begrippen maar telkens weer bewijzen ze hun waarde. 

Biestopname borgen
De uitvoering van taken op de bedrijven is op zich een regelmatig terugkerend punt van discussie. Het uitvoeren van taken betekent de inzet van arbeid en arbeid is relatief duur in Nederland. Hoeveel tijd mag je bijvoorbeeld steken in de begeleiding van de zeugen tijdens het werpen en het op gang helpen van de biggen de eerste dagen na de geboorte? Hoe kan het zijn dat de uitval in een kraamstal met 5% daalt doordat een stagiaire met liefde voor het vak alle tijd neemt op dat bedrijf en dat na zijn stage de uitval weer terugkeert op het oude niveau? Dat heeft alles te maken met het juiste gevoel om daar werk van te maken waar het ook echt nodig is. In de kraamstal is dat uiteraard de biestvoorziening. Ieder big binnen 12 uur voldoende biest is al bijna een dooddoener, maar nog lang geen gemeengoed. Onze collega IKP-dierenartsen uit Deurne hebben onderzoek gedaan naar de biestopname van biggen en daarbij bleek dat de spreiding van opname heel groot is. Het lastige is natuurlijk dat je vaak aan een big niet kan zien of er voldoende biest is opgenomen. Ja, een bol buikje, dan zal het wel goed zitten. Maar dat zegt niet alles. Wat wel werkt is
"een systeem maken waardoor een optimale biestopname beter gewaarborgd is"
een systeem maken waardoor een optimale biestopname beter gewaarborgd is. Wat dan heel goed kan helpen is het merken van de eerste 5 geboren biggen van een toom. Die biggen nemen eigenlijk altijd voldoende biest op, groot of klein. Zet deze enkele uren na de geboorte enige uren achter een schotje en de rest van de toom kan veel gemakkelijker ook biest opnemen. Een stap verder is ieder big kunstmatige biest ingeven, maar dat is nog toekomstmuziek. De bedrijven waar het steeds beter gaat hebben het belang van voldoende aandacht besteden aan de biestopname onderkend.
In het verlengde daarvan ligt het niet mengen van tomen. Beter gezegd het niet meer uit elkaar halen van tomen. Dus de toom wordt als geheel bij elkaar gehouden, maar mogelijk wel bij een andere complete toom gelegd. Inmiddels zijn er bedrijven die tomen gewoon helemaal niet meer mengen. Broertjes (beertjes) en zusjes blijven tot aan leveren aan de slachterij als toom bij elkaar. 

Met de juiste mensen de juiste dingen juist doen
Wat heel aardig is om te constateren is dat de varkensbedrijven die zich blijven verbeteren vaak dezelfde inslag hebben als succesvolle bedrijven in andere branches.
"Een ondernemer met rust en overzicht, die met de juiste mensen de juiste dingen juist doet"
Een ondernemer met rust en overzicht, die met de juiste mensen de juiste dingen juist doet. De kunst is die juiste dingen, de succesfactoren, te onderkennen en succesvol door te voeren.


Robin Holle, dierenarts varkens, dierenarts@daphorst.com, preview varkensbedrijf

Uw reactie op dit artikel.

Geef uw eigen reactie door hier te klikken
Zondag 25 September 2011Robin Holle
Ha Frank,
dank voor de aanvullende informatie.

De IKP (Inkoopgroep Peeldierenartsen) is een samenwerkingsverband van de dierenartsenpraktijken Zuid Oost Nederland, de Peelhorst, St. Oedenrode, Deurne en Horst. Mark Roozen en Wouter van Herten van DAP Deurne hebben gekeken naar de biestopname in de kraamstal o.a. door middel van de antistoffenbepaling in het bloed van de biggen. Mogelijk i.s.m. BB Deurne? We horen het graag om zo te komen tot een optimale start voor de biggen.

Groet, Robin

Woensdag 21 September 2011Frank van Eijkelenburg
Beste Robin, ik kan mij volledig vinden in de inhoud van jullie mailing. Compliment. Ik vraag me echter af wie IKP-dierenartsen uit Deurne zijn. Echter, het biestonderzoek dat je aanhaalt is enkele jaren geleden in gang gezet en ook uitgevoerd door de zeugenspecialisten van Boerenbond Deurne. Als je nadere informatie hierover wilt: laat dan even weten! Met vriendelijke groeten , Frank v Eijkelenburg 06 29536164.