Gezonde uiers in de droogstand

Een gezonde droogstandsperiode voor de melkkoe is het eerste doel van de veehouder in het melkvee-management. Dit doel is wel duidelijk omschreven, doch het realiseren is lang niet eenvoudig voor alle melkkoeien en in alle perioden van het jaar. Een extra moeilijkheid is de verbeterde persistentie van onze vaarzen en koeien waardoor de dieren bij het droogzetten nog vaak veel melk produceren, 20 kg melk per dag en meer. Daarnaast is de melkproductie-aanleg hoog en de wil om melk te geven resulteert vaak in spectaculaire hoge biest- en melk-giften in de eerste periode na het afkalven. Hierdoor moet alle kennis die beschikbaar is over de droogstand gebruikt worden en op de melkveebedrijven worden toegepast. In dit artikel zal de uiergezondheid speciale aandacht krijgen, zowel vóór het droogzetten, in de droogstand en direct na het kalven.

Lengte droogstand

Een duidelijk korte droogstand van 6 weken heeft voor de koe meerdere voordelen. Met name is de melkgift meer afgenomen en heeft de veehouder ook gezorgd dat de koe bij 2 keer melken per dag niet meer produceert dan 10 kg melk. Dit streven is uitermate belangrijk om de melkgift bij het droogzetten verantwoord te stoppen. Alle melk die meer geproduceerd wordt moet uit het uier worden verwerkt en dit kost veel van het afweersysteem van de koe, onder andere vit. E en Selenium. Ook is bij een hoge dagelijkse melkgift voor het droogzetten de rantsoenwisseling voor de koe te groot (extra leverbelasting) en het sluiten van de slotgaten verloopt slecht of te laat.

Met deze korte droogstand en een lage dagelijkse melkgift is het ook mogelijk om één groep droogstaande koeien te houden. Hierdoor is de stress voor de dieren minder en kunnen ze ook meer bewegen.

Celgetal vóór het afkalven

Een gezond uier heeft een laag celgetal van onder de 200.000 aan het einde van de lactatie. Dieren met een verhoogd celgetal in deze periode hebben een duidelijk vergroot risico op een chronische uierontsteking die aan het einde van de droogstand opflikkert of kort na het afkalven klinisch wordt. In beide gevallen is de koe en de boer de dupe met een zieke koe en afwijkende melk. Een koe met een verhoogd celgetal vóór het droogzetten adviseren wij eerst celgetal onderzoek per kwartier en bij een verhoging van dat kwartier een uitgebreid Bacteriologisch Onderzoek (Vetlab Horst). Bij een positief B.O. wordt de koe voor het droogzetten 4-5 dagen met een passend antibiotica behandeld in het uier en in de spieren. Voordeel hierbij is dat de hoeveelheid antibioticamelk beperkt is. Drie dagen na de behandeling wordt de koe drooggezet met een juiste droogzetter (bijvoorbeeld Supermastidol® of Orbenin® dry cow extra).

Droogzetten

Het gebruik van een droogzetter met antibiotica is voor alle koeien een zeer veilige methode om uierontsteking direct na het droogzetten en in het begin van de droogstand te voorkomen. Droogzetters werken 6 weken, maar beschermen korter! De laatste weken voor het afkalven is de spiegel antibiotica te laag in het uier en dient de koe zichzelf te beschermen. Hierdoor is een snelle sluiting van de slotgaten bij het droogzetten (keratine plug) uiterst belangrijk en deze plug moet de hele droogstand aanwezig blijven. Dit lukt niet bij alle koeien helaas en een nieuw middel is hiervoor op de markt verschenen (Orbeseal®). Dit middel vormt een plug in het slotgat en sluit alle slotgaten af. Let wel dat teveel melkgift bij droogzetten en een slechte hygiene bij de droogstaande dieren het positieve resultaat van deze behandelingen danig kunnen verpesten en voeding met slecht voer of onvoldoende energie in combinatie met teveel eiwit voor de droogstaande koe funest is en het dier alleen maar meer opzadelt met een slechte energie balans rond afkalven en een verzwakt afweersysteem. Een koe met kalfziekte bij het afkalven heeft 2-4 keer meer risico op een uierontsteking in de eerste 3 maanden van de lactatie!

Uiergezondheid rond het afkalven

De laatste weken voor het afkalven bij het opuieren neemt het risico op uierontsteking duidelijk toe door de aanwezige biest, een mindere doorbloeding van het uier bij zucht vorming (oedeem) en het niet leegmelken van het uier. Direct na het kalven en de eerste weken van de lactatie is het risico op uierontsteking ook groot door een zwakte van de koe en een matige functie van haar afweersysteem. De bacteriën die in deze fase gevaarlijk zijn komen veelal uit de omgeving (E. coli en Streptococcus Uberis) of waren nog in het uier aanwezig van vóór het droogzetten (Staphylococcen).

Dus bij een langere droogstand en droogzetten zonder extra behandeling van een hoogcelgetal koe nemen de risico’s op een klinische uierontsteking dramatisch toe. Dieren extra beschermen in de laatste weken van de droogstand tegen koegebonden bacteriën (Staphylococ en Streptococ) kan bijvoorbeeld met inspuiten van Tylan®. Dit doodt wel bacteriën maar genezing van de koe aan het einde van de droogstand is een vraagteken. De gebruikte droogzet antibiotica werkt in deze fase ook niet meer, dus u als veehouder en verzorger van de koe moet proberen met een juiste voeding de zwelling van het uier te beperken, het afkalven gemakkelijk te laten verlopen en de hygiene rond het uier prima in orde maken. Met deze extra maatregelen worden de uierontstekingen ook in de zomer beperkt.