Speurtocht naar onbekende ziekteverwekkers

 
In de nederlandse varkenshouderij hebben we te maken met een heel scala aan bekende ziekteverwekkers. Parvo, Vlekziekte, PRRSV, Circo, Influenza, APP, H. Parasuis, Mycoplasma, Rota, Coli, Clostridium, Salmonella, PIA, Streptococcen, Staphylococcen, Pasteurella, Bordetella en Leptospirose zijn de meer bekende ziekteverwekkers in onze varkenshouderij. Daarnaast niet te vergeten Aujeszky, Varkenspest, Mond- en Klauwzeer en Blaasjesziekte.

"Maar er zijn ook minder bekende ziekteverwekkers die in onze zeugenstapels aanwezig zijn. Zo is er het Cytomegalovirus, het Enterovirus en Mycoplasma haemosuis "
Maar er zijn ook minder bekende ziekteverwekkers die in onze zeugenstapels aanwezig zijn. Zo is er het Cytomegalovirus, het Enterovirus en Mycoplasma haemosuis (eperythrozoon). 

Aanpak bekende ziektes
Tegen de meest voorkomende aandoeningen kunnen we zowel curatieve als preventieve maatregelen zodat de produktieschade door deze ziekteverwekkers wordt geminimaliseerd. Doormiddel van zoötechnische ingrepen alsmede door het toepassen van vaccins, chemotherapeutica en antibiotica kunnen wij deze ziekteverwekkers de baas. Vaak zijn de verschijnselen eenduidig of geven een aanwijzing welke ziekteverwekker een rol speelt.
Symptomen, aantal zieke dieren en uitval zijn belangrijke waarnemingen. Soms is dit voldoende voor een diagnose, maar vaak moet er aanvullend onderzoek worden gedaan zoals sectie, weefselonderzoek, serologie (antistoffen), aantonen van virussen en/of bacteriën en parasieten (endo/ecto).
Vaak geven deze onderzoeken een duidelijke diagnose en is de oorzaak bekend, maar het komt regelmatig voor dat de oorzaak van de klacht niet eenduidig is. Zo zijn reproduktiestoornissen een lastige en blijkt vaak dat de oorzaak multifactorieel is. De aanpak van de klacht is het optimaliseren van de voeding, huisvesting, watervoorziening, klimaat, diermanagement en ziektepreventie door vaccinaties en het strategisch inzetten van diergeneesmiddelen. 

Onbekende ziekteverwekkers
Ook moerbeihartziekte komt momenteel regelmatig voor bij gespeende biggen. Naast de bekende oorzaken zoals vitamine E en Selenium gebrek, vragen de varkensdierenartsen zich af of er misschien ook een (on)bekende ziekteverwekker een rol speelt opdat deze biggen tijdelijk een relatief tekort hebben aan vit. E/Se. Gelukkig is er binnen het varkensdierenartsennetwerk voldoende interesse om door middel van aanvullend onderzoek de ontbrekende factor te ontdekken.

Speurtocht naar onbekende ziekteverwekkers
Een ander voorbeeld heb ik zelf in de praktijk meegemaakt en ik ben nog steeds bezig met onderzoek naar de mogelijke ziekteverwekker van de problemen.
Het betreft een VM-bedrijf met zeugen in groepshuisvesting ,voerstations en stro. In september 2007 is het bedrijf getroffen door een abortusgolf welke zeker tot eind oktober heeft geduurd. Afbigpercentages van 70% waren geen uitzondering. Veel onderzoek (verworpen vruchten, bloedonderzoek naar A.L. en PCR in gepaarde monsters en cross-sectional, voer, water, klimaat, stress) hebben geen duidelijke oorzaak opgeleverd.
De uitslagen van het bloedonderzoek en de beslissing dat deze abortusgolf in 2008 zeker niet meer mag voorkomen heeft ervoor gezorgd dat de volgende maatregelen zijn genomen.

Naast de reeds bestaande vaccinaties van de zeugen (Parvo/Vlekziekte, Streptoccocen autovaccin,PRRS, Coli) is besloten om ook Influenza en Circo te gaan vaccineren. Het doel was om de immuniteit van de zeugenstapel tegen deze twee ziekteverwekkers te verhogen. Tevens is met de voerleverancier de voersamenstelling, voerschema en extra vitaminengift vanaf begin juni 2008 besproken en doorgevoerd. Ook is besloten om de invloed van mycotoxinen te minimaliseren (stro/voer) door toevoeging van een mycotoxinebinder aan het voer. In het najaar 2008 is er nog een kleine opleving geweest van het aantal terugkomers van 6% naar 10% en er waren geen abnormale abortus gevallen.

“So far so good” zouden de Engelsen zeggen, ware het niet dat er andere “vreemde” verschijnselen bij de zeugen zich voordeden. Zeugen met bewegingstoornissen (rondjes draaien), blindheid en achterhand verlamming gaven aanleiding tot nader onderzoek. Het waren voornamelijk 1e en 2e worps zeugen, maar ook bij oudere worps dieren werden deze verschijnselen gezien. De symptomen werden alleen gezien bij dragende zeugen in verschillende drachtstadia. Behandeling van deze zeugen met antibiotica, pijnstiller/ontstekingsremmer en corticosteroïden was niet succesvol en uiteindelijk werden deze zeugen geëuthanaseerd. 

Oorzaak verlamde zeugen
Veel zeugenbedrijven hebben te maken met zeugen die ”van de been gaan” of verlamd raken en deze worden zo snel mogelijk geëuthanaseerd, maar er wordt nauwelijks onderzoek gedaan naar de oorzaak omdat het wat omslachtig lijkt om zeugen voor sectie in te zenden. Dit is zeker niet waar en een dode zeug kan eenvoudig door de ophaaldienst van de GD afgehaald worden. Alleen door onderzoek te doen kunnen onbekende zaken bekend worden. Zo ook bij het bovenstaande VM-bedrijf. In totaal 4 zeugen zijn voor onderzoek ingestuurd in een tijdsbestek van 8 maanden. Tevens zijn er bloedmonsters meegezonden en indien aanwezig verworpen vruchten. 

Tot nu toe zijn de volgende onderzoeksresultaten bekend. 
- De macroscopische secties waren niet afwijkend.
- Het histologisch onderzoek van de hersenen en ruggemerg geeft het beeld van een lymfocytaire, peri-vasculaire meningitis/encephalitis.
- De serologie A.L. en PCR(virus) van de meer gangbare virussen geeft geen aanwijzingen dat de verschijnselen door deze virussen worden veroorzaakt. 

De rol van Enterovirussen
Naar aanleiding van deze resultaten is er verder overleg geweest met de GD welke andere ziekteverwekker deze symptomen kan veroorzaken en is er besloten om verder in de richting van Enterovirussen te zoeken.
Enterovirussen zijn kleine RNA- virussen (picorna) en komen over de hele wereld voor. Zij zijn vrij resistent in het milieu, redelijk hitte en PH stabiel( 2-9). Ook in mest kan het virus wel tot 168 dagen overleven. Er zijn veschillende serogroepen (1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11) waarvan serogroep 1 de meest bekende is (Teschen en Talfan). De meeste infecties verlopen zonder ziekteverschijnselen, maar in enkele gevallen komt het tot ernstige (Teschen) of minder ernstige (Talfan) ziekteverschijnselen.

Ziekteverschijnselen:
- Polioencephalomyelitis is de meest voorkomende en geeft ook het meest duidelijke ziekte-
verschijnsel (evenwichts- en bewegingsstoornissen, blindheid, verlamming).
- Reproductie problemen (SMEDI).
- Abortus.
- Myocarditis/pericarditis (plotsdood). Waarschijnlijk worden de meeste gevallen niet door een enterovirus veroorzaakt, maar door het encephalo-myocarditis virus (EMCV).

De diagnose is te stellen door in het centraalzenuwstelsel het virus aan te tonen. Dit kan vrij lastig zijn omdat reeds na korte tijd het virus uit deze weefsels verdwenen kan zijn. Bloedonderzoek op antistoffen is van beperkte waarde omdat in vele varkensbestanden enterovirussen voorkomen en daarom zijn veel zeugen serologisch positief (denk aan infecties zonder symptomen).

Het voorkomen van infectie is vrijwel niet mogelijk en daarom zijn preventieve maatregelen beperkt. De infectie wordt van dier op dier overgedragen via mest en kots. Gespeende biggen met diarree kunnen grote hoeveelheden enterovirus uitscheiden terwijl oudere dieren dit niet of slechts sporadisch doen.
Indien er enterovirusgerelateerde problemen op een bedrijf voorkomen dan kan het een optie zijn om de opfokgelten te immuniseren met mest van gespeende biggen. Aangezien deze werkwijze lijnrecht tegenover het biosecurity principe staat mag dit niet zonder meer gedaan worden.

1. Zorg voor een juiste diagnose (lastig) en inventariseer de omvang en schade van het probleem.
2. Neem op basis hiervan en na overleg met de begeleidend dierenarts een beslissing.

Op het VM-bedrijf in kwestie is de diagnose m.b.t. de eerder genoemde verschijnselen (nog) niet rond. De omvang van het probleem is beperkt en we blijven verder onderzoek doen om een eenduidige diagnose te krijgen. Wij houden u op de hoogte. 


Tot slot wil ik de varkenshouder bedanken voor zijn bereidwilligheid om nader onderzoek te doen en tevens wil ik ook de farmaceutische industrie (Intervet/Shering-Plough) en de GD-Deventer bedanken voor het meedenken en interesse in deze problematiek. Zonder de samenwerking tussen praktijk en onderzoekinstituten zullen we niet in staat zijn om nieuwe ziekteverwekkers te ontdekken of de betekenis van reeds minder bekende pathogenen beter in beeld te brengen. 

Cees Veldman, dierenarts varken