Puzzelen met de P’s op varkensbedrijven
Over de rol van PRRS, PCV2, PDNS en PMWS en TTV bij varkens
door Robin Holle, varkensdierenarts DAP Horst I publicatie Varkensbedrijf mei 2008
Veel varkensaandoeningen eindigen tegenwoordig op een s of c. De C van complex en de S van syndroom.
"Dit betekent dat voor een aandoening niet meer één veroorzaker is aan te wijzen"
Dit betekent dat voor een aandoening niet meer één veroorzaker is aan te wijzen, maar een complex van factoren. Aandoeningen als PDNS (Porcine Dermatitis Nefropathie Syndrome) en PMWS (Post-Weaning Multisystemic Wasting Syndrome= wegkwijnziekte) hebben gemeen dat zowel PRRS (Abortus Blauw) en PCV2 (Circo) alsook omgevingsfactoren een rol spelen. Om nu binnen een varkensstapel aandoeningen te diagnosticeren en te voorkomen is het voor de dierenarts, voorlichter en varkenshouder een heel gepuzzel geworden. Vooral puzzelen met de P’s. In dit artikel staan we o.a. stil bij de rol van het PRRS- en het PCV2-virus.
De rol van PRRS
In 1987 werd het PRRS-virus voor het eerst beschreven in de USA en Canada. In 1991 kwam het virus in Europa; eerst in Duitsland, maar Nederland, Belgie, Engeland, Frankrijk en Spanje volgden snel. De Nederlander van Wensvoort heeft het virus voor het eerst aangetoond in Lelystad, vandaar de naam het Lelystad-virus. Bij het eerste contact met het virus destijds waren de gevolgen groot. Zeugen en vleesvarkens kregen koorts, aten niet en daarnaast traden ernstige reproductiestoornissen op. De late abortus/vroeggeboorte (tot 30%) trad op de voorgrond, met daarbij een forse toename van zwakke en doodgeboren biggen, een verhoogde uitval en vele bijkomende, bacteriële infecties. Na een eerste infectie veroorzaakte het PRRS-virus op de bedrijven golfsgewijs mildere effecten. Nu zijn het vooral de combinaties met andere virussen (Influenza, Circo) en bacteriën (Mycoplasma, Streptococcen, APP, Bordetella, Haemophilus Parasuis) die de schade veroorzaken.
Doelwit van het PRRS-virus zijn de longen. Het virus kruipt in de longen in de macrofagen, dit zijn afweercellen. Door de sterke aanvoer van ontstekingscellen in de longen worden de varkens benauwd. Zo lang het virus in de longen bivakkeert (zeker 4 weken) is er een constante druk op de macrofagen en mede daardoor treedt er een weerstandsvermindering op. De overdracht van het virus gaat door direct contact (varkens onderling, maar ook van mens naar varken en vanuit de omgeving naar het varken), door dekking en van zeug naar big in de baarmoeder. 15% van de overbrenging vanuit de baarmoeder naar de vrucht gebeurt in de eerste 2 maanden van de dracht, 85% daarna. Overbrenging via de lucht lijkt van steeds minder belang (tot 1 km).
Circo, al lang aanwezig
Het Circo-virus, PCV2, is al lang aanwezig op de varkensbedrijven. Het is mede verantwoordelijk voor de wegkwijnziekte (PMWS) en PDNS. PMWS (wegkwijnziekte), Porcine Multisystemic Wasting Syndrome, is voor het eerst in 1991 gezien in Canada, daarna is het wereldwijd gaan spreiden en in 1996 is het in Frankrijk aangetoond, waarna Nederland gauw volgde. Antistoffen tegen het Circo-virus zijn daarbij altijd gevonden, maar bleken vaak al veel langer aanwezig.
Doelwit van het Circo-virus zijn de longen, het hart, de lever, de nieren en vooral de lymfeklieren. Virusvermenigvuldiging in de lymfeklieren leidt tot ernstige vermindering van het aantal afweercellen en het afweerapparaat raakt daardoor fors aangetast. De overdracht gaat via direct contact (varkens onderling, maar ook van mens naar varken en vanuit de omgeving naar het varken), mogelijk via sperma en van zeug naar big in de baarmoeder. Het lastige hierbij is, dat er dragerbiggen geboren kunnen worden. Deze biggen hebben antistoffen aangemaakt en hebben het virus toch bij zich, terwijl ze niets hoeven te mankeren.
De gevreesde combinatie; PRRS, Circo en ?
Het PRRS-virus samen met het Circovirus is een gevreesde combinatie op de varkensbedrijven. Nadat het een tijd relatief rustig is geweest op de Nederlandse bedrijven zien we momenteel een lichte toename van verschijnselen die wijzen op recente infecties. Daarbij wordt het PRRS-virus door middel van de PCR-test nogal eens geïsoleerd of er worden titerstijgingen gevonden bij gepaarde monsters van zieke dieren. Het gepoold onderzoeken van buikvocht op het PRRS-virus bij pasgeboren biggen is hierbij een goede methode. Onderzoek op de rol van het Circo-virus is lastig omdat antistoffen en virus vaak aanwezig zijn zonder problemen te geven. De bepaling van Ig-G en Ig-M antistoffen kan wel wat toevoegen. De IgM ELISA kan van 7 dagen tot 60 dagen na begin van de infectie IgM aantonen in het bloed. De IgG ELISA toont vanaf 12-15 dagen na begin van de infectie IgG aan en dit IgG blijft meer dan een jaar aantoonbaar. Met deze test kan nagegaan worden of er op een bedrijf een circovirusinfectie is geweest.
Nieuw: de rol van het TTV-virus
Naast het PRRS- en Circovirus spelen andere kiemen een rol bij het onder druk zetten van de weerstand van de varkens. Bijvoorbeeld het Torque Tenovirus (TTV) is in het bloed van PMWS-biggen in Spanje in verhoogde mate gevonden. In Italië is bij soortgelijk onderzoek ook hetzelfde virus aangetroffen. Het TTV-virus is een aantal jaren geleden bij toeval gevonden bij een humane patiënt die na een bloedtransfusie hepatitis ontwikkelde. Bij kinderen met acute ademhalingsaandoeningen blijkt TTV in hoge mate positief te kunnen zijn. Het komt frequent voor bij vele diersoorten, waaronder mens, schapen, koeien, honden en varkens. Bij wilde zwijnen is het endemisch aanwezig. Het lijkt een virus te zijn dat inwerkt op het immuunsysteem van o.a. varkens. Aanleiding om verder in te zetten op onderzoek naar de rol van het TTV-virus zijn de recente uitbraken van PMWS (wegkwijnziekte) in Canada. Er werd wel Circovirus gevonden maar dit keer geen PRRS. Aangenomen wordt dat het hierbij gaat om een agressievere variant van het Circo-virus in combinatie met een ander virus. Ook bij PDNS bij oudere varkens wordt in de organen wel Circo gevonden, maar niet in de in de immuuncomplexen die vastlopen in de nier- en huidbloedvaatjes. De aangetaste varkens hebben hoge afweerstoffentiters, het is een immuunziekte. Men wil weten welk virus naast Circo van belang is bij het verstoren van de weerstand. Mogelijk is dit het TTV-virus. Hier gaan we ongetwijfeld meer over horen, daar er wereldwijd wordt ingezet op een betere diagnostiek van de varkensaandoeningen.
Monitoren met Respig, een nieuw systeem van Intervet
Het puzzelen met de P’s (en binnenkort dus mogelijk ook de T) gaat voorlopig gestaag verder. Ieder bloedonderzoek, sectie en klinische bevinding draagt weer bij tot een nadere diagnose. Het vastleggen van deze gegevens laat tot op heden echter nog wel eens te wensen over. Niet dat de handmatige en digitale verslaggeving niet deugt, maar er wordt nog maar weinig gekoppeld over de bedrijven heen. Respig® van Intervet gaat hier mogelijk verandering in brengen. In dit systeem worden alle gegevens van de deelnemende bedrijven verzameld, vastgelegd en nader geanalyseerd. Onze eerste indruk van dit systeem is positief. Er wordt objectiever gemeten en de kans dat onverwachte verbanden gevonden worden is aanwezig. Vooral voor het volgen van doorgevoerde managementmaatregelen is dit een gebruikersvriendelijke methode.
Vaccineren, een belangrijk instrument
Omdat er nu nog vele puzzelstukjes ontbreken is het zaak op de varkensbedrijven maximaal in te zetten op preventie. In de praktijk anno 2008 blijkt dat het belang van consequent vaccineren groot is. Er zijn verbanden aangetoond tussen niet-Parvo vaccineren en een verhoogde Circo-infectiedruk, het 6-60-dagenschema voor PRRS-vaccinatie bij zeugen bewijst zich in de praktijk en het vaccineren van Circo is nu mogelijk. Over dit nieuwe Circo-vaccin is al de nodige kennis aanwezig. In Nederland is Circovac (Merial) geregistreerd. Dit vaccin kan ingezet worden dmv het vaccineren van de zeugen. De werkzaamheid van Circovac is onderzocht in verschillende onderzoeken bij drachtige varkens van verschillende rassen. Zowel de zeugen als de gelten (en hun biggen) zijn tijdens deze onderzoeken onderzocht. De werkzaamheid van het product werd aangetoond door de meting van het aantal antilichamen tegen PCV2 in het bloed van de gevaccineerde zeugen (of gelten) en in het bloed van hun biggen (nadat zij colostrum hadden gedronken). De werkzaamheid van het product werd daarnaast onderzocht bij biggen die direct aan het virus werden blootgesteld. Deze biggen werden onderzocht op de ontwikke¬ling van Circovirus-gerelateerde symptomen. Daarnaast werd de totale sterfte op de boerde¬rijen onder biggen van gevaccineerde zeugen en gelten onderzocht en vergeleken met het sterftecijfer onder biggen van niet-gevaccineerde moederdieren. Ook de duur van de werkzaam¬heid van Circovac is bij biggen onderzocht. De voornaamste graadmeter voor de immuno¬respons (afweerreactie) was het aantal antilicha¬men tegen PCV2 in het bloed van de biggen.
Uit de onderzoeken is gebleken dat met een vaccinatie van de moederdieren met Circovac bij hun biggen het aantal nieuwe gevallen van beschadigingen in de lymfoïde weefsels, die geassocieerd zijn met een Circovirusinfectie, kan worden verlaagd. Hoewel de uitkomst van sommige onderzoeken gedeeltelijk werd bemoei¬lijkt door het complexe karakter van PCV2 infecties, kon met behulp van een groot aantal gebruikte varkens (van 63 boerderijen) en de verscheidenheid van de experimentele en klinische onderzoeken een verlaging van het totale sterftecijfer bij biggen gerelateerd aan Circovirusinfecties worden vastgesteld van tussen 3,6 % en 10 %. Uit onderzoek bleek de immuniteit van biggen van gevaccineerde gelten of zeugen tot vijf weken na het drinken van het colostrum aan te houden (bron: EMEA/V/C/114).
Puzzelen loont!
Zo komen we door onderzoeken en puzzelen steeds nader tot de oplossing voor de problemen die op de varkensbedrijven spelen. Bij puzzelen is het vaak zo, dat de puzzel af is bij het laatste stukje. Of dat laatste stukje ook bij deze puzzel gevonden wordt is de vraag, maar dat doorpuzzelen loont moge duidelijk zijn.
