|
Verwerpen varkensAbortus bij zeugen Speuren naar de oorzaken van verwerpen (Theo Geudeke) Zeugen die verwerpen leveren vaak zorgen op voor de zeugenhouder. En de dierenarts. Want de lijst van mogelijke oorzaken is lang, erg lang. Niet alleen staan er veel infectieziekten op die lijst, ook vergifti- gingen en stress kunnen verwerpen veroorzaken. Infectieziekten Infecties met allerlei virussen, bacteriën en parasieten kunnen leiden tot verwerpen bij de zeug. De zeug kan ziek worden, koorts krijgen en verwerpen, maar ook de biggen zelf kunnen aangetast worden. Enkele bekende infecties die (mede) kunnen leiden tot verwerpen zijn PRRS, griep en Vlekziekte. Waarschijnlijk kunnen ook ernstige uitbraken van bijvoorbeeld Salmonellose of PIA bij zeugen leiden tot verwerpen. Vergeet bovendien niet te denken aan Varkenspest, Mond- en Klauwzeer en de Ziekte van Aujeszky. Vergiftigingen Uiteenlopende stoffen die ten onrechte in de zeug terecht komen, kunnen de ongeboren vruchten aantasten met verwerpen tot gevolg. Voorbeelden zijn schadelijke gassen uit de mestput. En verder nitriet uit vervuilde waterleidingen (vlotterbakken!), bestrijdingsmiddelen (insecticiden) of houtconserveringsmiddelen. Maar er zijn ook gevallen bekend waarbij een verkeerde dosis antibiotica of wormmiddel of een foutieve, veel te hoge vitamine D toevoeging aan het voer hebben geleid tot verwerpen. Ten slotte zijn er de altijd in de belangstelling staande schimmeltoxinen. Stressfactoren Kortdurende stress is zelden een probleem voor een drachtige zeug. Maar als de stress een "levensbedreigend" karakter krijgt of langdurig aanhoudt, is dat funest voor de dracht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan langdurige rangordegevechten in een krappe ruimte, een slecht stalklimaat, een kapotte voercomputer, elektrische lading (‘zwerfspanning’) op boxen of voerstations of chronische pijn door verwondingen of kreupelheid. Oorzaak achterhalen Door de waslijst van mogelijke oorzaken is het duidelijk dat nogal wat speurwerk nodig is om de uiteindelijke oorzaak te vinden. Vaak is het probleem voorbij voordat de oorzaak bekend is. Goed onderzoek begint met het exact in kaart brengen van het verwerpen: bij hoeveel zeugen precies, welke worpnummers, hoe ver in de dracht, in welk deel van de stal, in welke periode van het jaar, welke ziekteverschijnselen hebben de zeugen (diarree, hoest, slechte eetlust, koorts). Om ziekte van de zeug te onderzoeken kan bloedonderzoek zinnig zijn, maar dan wel twee keer om te kijken of er veranderingen optreden in de concentratie van antistoffen in het bloed. Onderzoek van verworpen vruchten en de nageboorten kan ook aanwijzingen opleveren. Verder moeten systematisch allerlei stressinvloeden beoordeeld worden, bijvoorbeeld door (met een webcam) het gedrag van zeugen rond de voerstations te observeren. Zo kunnen uiteindelijk veel oorzaken weggestreept worden tot er hopelijk één overblijft. Verwerpen in het midden van de dracht (GD) De oorzaken van verwerpen in het begin van de dracht zijn behoorlijk goed in beeld. Klimaat, licht, seizoen, conditie van de zeug, voeding en stress spelen hierbij een grote rol. Verwerpen aan het einde van de dracht heeft vaak met een infectie te maken: PRRS, EMCV en misschien Circovirus of griep. Moeilijker ligt het bij verwerpers in het midden van de dracht, globaal tussen dag 40 en 80. Het lijkt er bovendien op dat dit de laatste tijd meer voorkomt in Nederland. Als op jaarbasis meer dan 2% van de inseminaties resulteert in verwerpen, is dat echt een probleem. Infecties Infecties kunnen veroorzaakt worden door virussen (bijv. griep), bacteriën (bijv. Leptospirose), parasieten (bijv. Toxoplasma) of schimmels. Alle infecties waar de zeugen koorts van krijgen kunnen resulteren in verwerpen (bijv. App, vlekziekte). Vele ziektekiemen zijn nog onbekend. In Amerika is de laatste jaren geregeld een infectie opgetreden door een virus dat in de verte familie is het Varkenspestvirus. Verder weet niemand of bijvoorbeeld Q-koorts bij varkens tot ziekteproblemen kan leiden. Vergiftiging en stress Als het geen infectie is, kan verwerpen door een vergiftiging komen: schimmeltoxinen, giftige gassen uit de mestput, maar ook door foute dosering van antibiotica of wormmiddelen, door nitriet in vervuild drinkwater of door onbedoeld contact met bestrijdingsmiddelen. Een derde groep oorzaken valt onder de categorie ‘stress’: vechten in de groep, pijn door kreupelheid, slecht stalklimaat. Zoeken naar de oorzaak is vaak zoeken naar de speld in de hooiberg. Door bloedonderzoek van de zeugen kan soms een bepaalde infectie aangetoond worden. Eigenlijk moeten de zeugen dan twee maal onderzocht worden met enkele weken tussentijd. In verworpen vruchten kunnen soms kiemen aangetoond worden. Het is bovendien nuttig om nageboorten te laten onderzoeken op ontstekingen en ziektekiemen. Omdat verwerpen zelfs een symptoom kan zijn van bestrijdingsplichtige ziekten zoals Varkenspest, is het soms verstandig om bloed ook daarop te laten onderzoeken. Dat is zelfs verplicht als KVP niet op voorhand kan worden uitgesloten. Ook Aujeszky kan verwerpen geven. Voor een goed beeld is het ten slotte belangrijk precies te weten welke zeugen verwerpen: hun drachtstadium, leeftijd, plaats in de stal, andere ziekteverschijnselen zoals koorts of een slechte eetlust, voersoort en -kwaliteit. Verwerpen en voerstations Rond de voerstations kan het nodige mis kan gaan. Bijvoorbeeld wanneer ze niet goed zijn afgesteld en er restvoer achterblijft. Zeugen weten dat snel en gaan op jacht naar dat restvoer. Dit is niet op te lossen met voorherkenning, wel door de portiegrootte en het tijdsinterval tussen de porties aan te passen. Een ander voerstation probleem is het soms slecht sluiten van toegangspoortjes, waardoor meer dan één zeug in het station kan. Of anderzijds toegangspoortjes die te abrupt sluiten waardoor zeugen terugschrikken en de poortjes hard in de flanken van de dieren stoten. Ook storingen aan het computersysteem waardoor zeugen geen voer krijgen, leiden tot onrust. Het gevolg van al deze mankementen is dat dieren vechten om voer, terwijl anderen onzeker zijn of ze wel voer krijgen. Dit resulteert in veel en vaak langdurige stress en dus in verwerpen. Als er sprake is van veel opbrekers in groepshuisvesting met voerstations, dan is het altijd zaak de afstelling te controleren en te kijken of sprake is van (extreme) onrust, bijvoorbeeld bij de start van een nieuwe voercyclus. Daarnaast blijft het advies bij verwerpen: stuur verworpen vruchten en de nageboorten in. Het kan natuurlijk toch een infectieuze oorzaak hebben. Checklist verwerpen en voerstations Zeug wil het voerstation niet in Laat de zeugen een dag voordat u het voerstation gaat gebruiken vasten. Ze zijn dan hongerig en gaan eerder op zoek naar voer. Zorg voor voldoende licht in het voerstation (bij voertrog). Hang eventueel een lamp boven het voerstation. Een zeug loopt niet makkelijk een donkere ruimte binnen. Zeug kan de in- en uitgang niet vinden Maak de in- en uitgang zo makkelijk mogelijk. Zet de ingangspoort (indien van toepassing) met behulp van een ketting iets open, zodat de zeugen kunnen zien dat ze erdoor kunnen. Dit geldt ook voor de uitgangspoort. Let erop dat een zeug niet via de uitgangspoort het voerstation binnen kan komen. Zeug laag in rangorde krijgt weinig kans Start de voertijd in de namiddag (circa 15.00 uur). Hierdoor heeft u de mogelijkheid om rond de middag de zeugen die het nog niet kennen apart te zetten en handmatig in het voerstation te leiden. Bovendien kunnen de zeugen laag in rangorde overdag vreten. Zeug wil niet vreten in het voerstation Voer zeugen die moeite hebben met het leren van het voerstation nooit op een andere manier bij (door bijvoorbeeld voer in de ligplaats te strooien). Zo leren ze het station nooit kennen. Zeug wil zelfs onder begeleiding niet in voerstation Bij het handmatig leiden van een zeug in het voerstation geldt: verplaats u in de situatie van de zeug, geef de zeug de tijd om het station te verkennen en blijf zelf rustig. Dwingen en duwen werken averechts. Werk met lokvoer op de grond richting de voertrog in het station. Als een zeug achterwaarts het voerstation kan verlaten, leer haar dan dat dit voorwaarts of zijwaarts moet door de uitgangspoort voor haar te openen. Zeug trainen helpt niet Train de zeugen niet te vaak in een korte periode. U verwent de zeugen dan te veel en ze nemen een afwachtende houding aan. Ze wachten dan totdat iemand met bijvoorbeeld een schotje binnenkomt en gaan dan vanzelf zonder hulp naar het voerstation. Zeugen zijn stijf en stram Laat indien mogelijk de zeugen al na het spenen wennen aan bewegingsvrijheid. Zo kunt u voorkomen dat zeugen stijf en stram het voerstation moeten leren. Uw reactie op dit artikel.Geef uw eigen reactie door hier te klikken |
|||||||||||||


















