“Haal er uit wat er in zit"
Dat is de boodschap van de fokkerijgroeperingen aan de vleesvarkenshouders.
"Genetisch kunnen ze 1000 gram en meer groeien (SPF/high health) dus waarom in de praktijk krap aan 800 gram?"
Genetisch kunnen ze 1000 gram en meer groeien (SPF/high health) dus waarom in de praktijk krap aan 800 gram?
Een kwestie van goed voeren en klaar is Cees. Maar hoe makkelijk is dat onder praktijkomstandigheden? Verzorging, huisvesting, gezondheid en voeding beïnvloeden het uiteindelijke resultaat. De resultaten in de vleesvarkenshouderij blijven achter bij die van de zeugenhouderij en de vleesvarkenshouder en zijn/haar adviseurs moeten ervoor zorgen dat het maximale resultaat gehaald wordt -tegen zo laag mogelijke kosten. Ook hier geldt het kosten/baten principe. De beste technische resultaten geven niet zonder meer het beste saldo.
In de loop der jaren zijn er verschillende handleidingen verschenen hoe het maximale uit het vleesvarken te halen en als deze richtlijnen zouden zijn opgevolgd dan weet ik zeker dat ook de vleesvarkensresultaten een vergelijkbare trend als die van de zeugen zou vertonen. Wanneer we er van uit gaan dat uit de genetische modellen blijkt dat het produktieplafond nog lang niet gehaald wordt dan moet de varkenshouder samen met zijn adviseurs de hand in eigen boezem steken en stevig aan de slag gaan om de voorwaarden voor een maximale produktie te optimaliseren.
Een vleesvarken begint als big en iedereen weet dat een goed big ook een goed vleesvarken wordt. Een beetje kort door de bocht en een open deur maar het klopt vrij aardig. Wat is dan een goed big? Dit is vrij lastig te definiëren. Vele hebben dit in het verre verleden al geprobeerd en heden ten dage is men hier nog mee bezig opdat de biggenprijs hierop afgestemd kan worden en niet alleen een toeslag voor koppelgrootte. In mijn optiek is een goed big een big afkomstig van een vermeerderingsbedrijf dat volgens vaste protocollen werkt, met een strakke uitvoering. Optimalisatie van voeding, huisvesting, verzorging incl. dierstroommanagement en gezondheid. Deze zeugenhouder/ondernemer zal bereid moeten zijn te investeren in de produktie van een kwaliteits big. Deze investeringen gelden voor alle bedrijfsonderdelen en afhankelijk van de bestaande situatie zullen er prioriteiten gesteld moeten worden.
Een periodiek management-team overleg (4x/jaar) is een goede manier om de adviezen van de adviseurs op elkaar af te stemmen en zowel korte als lange termijn planning te bespreken. De vleesvarkenshouder zal ook bereid moeten zijn om te investeren in een kwaliteitsbig zodat de topresultaten ook op lange termijn gewaarborgd zijn. Gesloten bedrijven geven in deze het voorbeeld en zullen er veel aan doen om een top big in hun vleesvarkensstal te krijgen. Je zult eerst moeten zaaien, wil je kunnen oogsten. Echter zonder de “wil” van de zeugenhouder om daadwerkelijk ook die kwaliteitsbig te produceren zullen de vleesvarkensresultaten achterblijven bij de erfelijke potentie. Het buitenland kan hiervoor de spiegel zijn die wij als nederlandse varkenshouderij ons van tijd tot tijd moeten voorhouden om te prikkelen.
Een kwaliteitsbig en dan?
Werk volgens vaste werkschema’s (protocol) en registreer ook dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd. Wat is de kracht van top 10% bedrijven? Protocollair werken en controle. De kwaliteitsbig wordt gezond aangeleverd, maar in de meeste gevallen (zelfs bij SPF) komen er ook de nodige ziektekiemen mee. Het is de taak van de vleesvarkenshouder om deze ziektekiemen geen kans te geven. Transport geeft stress en stress verlaagt de weerstand en dus moet de opvang perfect zijn.
Ontvang nieuwe biggen via schone gangen en met schone kleding en laarzen in een gereinigde, ontsmette, droge en op temperatuur gebrachte (26 ºC) afdeling. Dit staat in het werkprotocol en na afloop wordt het afgevinkt door de uitvoerende persoon. In de praktijk zie ik dat deze werkwijze niet of onvolledig wordt uitgevoerd, maar wel van essentieel belang is om het nieuwe big gezond te houden. Virussen zoals PRRS, Circo en Influenza die bij de oudere varkens op het bedrijf circuleren kunnen met de kleding en handen eenvoudig worden overgedragen. Vieze laarzen kunnen ziekteverwekkers als Lawsonia (PIA), Brachyspira(Dysenterie) en Salmonella overbrengen met alle gevolgen van dien.
Als ik in een afdeling kom met pas opgelegde biggen, nat en koud en ik hoor de varkenshouder zeggen dat er geen tijd was om de omstandigheden in orde te maken, maar dat na 2 à 3 uur de afdeling wel op temperatuur is dan weet ik dat het mogelijk nog een lange weg is naar een duidelijke verbetering van de vleesvarkensresultaten. Investeren in gezondheidzorg met name in vaccinaties (PCV2, PIA, Mycoplasma) en onderzoek (sectie/bloed) bij luchtwegproblemen en maag-darmklachten (b.v. diarree). Bedrijfsgezondheidsplan maken specifiek gericht op de gezondheid bij het vleesvarkensbedrijf,maar ook aan de basis het zeugenbedrijf.
Zelf heb ik de ervaring dat een dergelijk overleg met de verschillende betrokkenen (varkenshouders, voorlichting, d’artsen en fokkerij) op korte termijn zorgt voor betere resultaten.
Zo zijn luchtwegproblemen al voor een belangrijk deel te voorkomen of te minimaliseren door diermanagement (routing in de stal), gescheiden kleding, schoeisel, gereedschappen en ventilatie (afstelling/controle) en preventieve maatregelen zoals vaccinaties (PRRS,Circo,Mycoplasma).
Noodzakelijke medicatie
Andere problemen zoals PIA en Dysenterie (Brachyspira Hyodysenterea) zijn complexer van aard.
Zo blijft PIA voorkomen op de vleesvarkensbedrijven en is een vaccinatie helaas niet in staat om op alle bedrijven PIA te voorkomen en blijft strategische medicatie noodzakelijk. Hou bij de keuze van het medicijn ook rekening met het feit dat naast de Lawsonia kiem ook de dysenteriekiem Brachyspira Hyodysenterea een steeds belangrijker rol kan spelen op de bedrijven en dus moet uit onderzoek blijken welke kiemen de klachten veroorzaken. Bewust omgaan met medicijnen en regelmatig onderzoek doen naar ziektekiemen geeft inzicht in welke maatregelen het beste genomen kunnen worden.
Denk bij de keuze van een medicijn niet alleen aan de wachttijd, maar ook aan effectiviteit, spectrum en resistentie tegen andere kiemen. Bijvoorbeeld Tylosine resistentie van Brachyspira (Dysenterie) waardoor er nieuwe klachten kunnen ontstaan.
Voeding is ontegenzeggelijk van groot belang voor het behalen van topresultaten t.a.v. groei, V.C., klassificatie, vlees-% en spier/spek-verhouding. Het is echter een brug te ver om te stellen dat alleen met voeraanpassingen het genetisch potentieel eruit gehaald kan worden. Zoals reeds eerder gezegd moeten wij adviseurs en vleesvarkenshouders de hand in eigen boezem steken en meer ons best moeten doen om de produktieomstandigheden te optimaliseren. Werken in een strak schema volgens protocollen is de basis voor resultaat verbetering .
Saldo en technische resultaten kunnen hand in hand gaan, maar zijn ook weleens tegengesteld aan elkaar.
Zo ook in de benutting van het genetisch potentieel van het vleesvarken. Welke maatregelen/investeringen zijn nog uit oogpunt van opbrengst in relatie tot de technische resultaten gerechtvaardigd? Hoe ver kun je gaan met b.v. het geven van extra aminozuren (kosten) om de maximale spieraanzet capaciteit te benutten?
Uitgangspunt moet blijven dat er geproduceerd wordt onder optimale omstandigheden in elke schakel van het produktieproces. Is er een produktieschakel niet optimaal dan heeft dit direct gevolgen voor de andere schakels en daarom is goed observeren en analyseren van groot belang.
Analyse programma’s zoals Farmingnet zijn onmisbaar om de eindresultaten in beeld te krijgen en door te analyseren kunnen maatregelen worden genomen t.a.v. gezondheid, voeding, huisvesting, afleverstrategie, etc.
Voorkom kater bij de fokkerij
De fokkerij heeft aangegeven dat wat betreft genetica er voldoende potentieel voorhanden is om de resultaten van de vleesvarkens op een (veel) hoger nivo te krijgen dan dat nu het geval is. Het is nu aan de vleesvarkenshouder en adviseurs om te laten zien dat het mogelijk is. Probeer grenzen te verleggen, wees niet te gauw tevreden maar met oog voor realiteit. Maatregelen/investeringen moeten niet alleen lijden tot verbetering van de technische resultaten maar vooral ook in het saldo.
Aan het einde van 2009 wil ik alle vleesvarkenshouders en hun adviseurs oproepen om deze uitdaging aan te gaan en te zorgen dat de fokkerij in 2010 niet met een kater blijft zitten dat het aanwezige vleesvarkenspotentieel onvoldoende benut wordt.
Cees Veldman
Dierenartsenpraktijk Horst e.o.