Voeding en gezondheid varkens

De gezondheid van mens en dier kan op verschillende manieren geschaad worden. Er zijn ziekteverwekkers, die rechtstreeks bijdragen aan het ziek worden, maar dit ziek worden kan ook door weerstandsverzwakkingen, waardoor ziekteverwekkers, die eigenlijk symptoomloos aanwezig kunnen zijn, de kop op gaan steken. Weerstandsverzwakking kan optreden door bijvoorbeeld onvoldoende goede huisvesting, onvoldoende hygiëne maar ook door niet goed afgestemde voeding. In dit artikel worden enkele relaties gelegd tussen aandachtsvelden in de voeding met betrekking tot gezondheid. Er wordt stilgestaan bij enkele voeding-gezondheids-relaties bij zeugen, bij biggen en bij vleesvarkens. 

Voeding-gezondheidsrelaties bij zeugen. 

"In zijn algeheelheid komen er bij zeugen niet echt ziekten door ziekteverwekkers voor, die gerelateerd zijn aan voer"
In zijn algeheelheid komen er bij zeugen niet echt ziekten door ziekteverwekkers voor, die gerelateerd zijn aan voer, mits het voer goed van kwaliteit en samenstelling. Een uitzondering hierop is het optreden van PIA-uitbraken. Bij productieve zeugen hebben we te maken met 3 situaties, nl. de zeug tijdens de speenperiode, de zeug tijdens de dracht en de zeug tijdens de lactatie-periode. Belangrijk is, dat een zeug tijdens de periode in de dekstal een energierijk voer krijgt, wat de zeug in een positieve energie-balans brengt, zodanig, dat de zeug richting het tijdstip van berig worden vanuit het voer een zo goed mogelijke stimulatie krijgt om te komen tot een berigheid, die op tijd komt na het spenen en ook tot een berigheid, die zo intens mogelijk is om een inseminatie een goede kans van slagen te geven. Belangrijk is, dat de samenstelling van het voer is afgestemd op een gemakkelijke opname met energierijke grondstoffen; te denken valt aan het extra toevoegen van smakelijke koolhydraten, wat positief kan bijdragen aan opname. De relatie tussen gezondheid en voeding speelt hier vooral in het goed berig kunnen worden. De zeug in de dracht heeft te maken met een situatie, dat de innesteling en de groei van de vruchten optimaal moet kunnen plaatsvinden. De verschillende voerproducenten hebben allemaal hun advies hoe met het door hen geproduceerde voer te komen tot een optimaal voerschema. Belangrijk is, dat we ons realiseren, dat in de fase van het voeren tijdens de dracht er ruwe celstof/structuur gevoerd moet worden, onder andere wegens welzijns-wetgeving. Dit voer moet er desondanks voor zorgen, dat er voldoende energie opgenomen kan worden om, behalve voor eigen onderhoud, de al genoemde vruchtontwikkeling te kunnen laten plaats vinden. Bij teveel geboortes van te lichte biggen of bij teveel spreiding in de geboortegewichten zullen we onder andere moeten kijken naar de voerschema's aan het begin en het einde van de dracht. In de kraamstalfase moet een zeug zo gemakkelijk mogelijk kunnen werpen en ze moet zo vlot mogelijk komen tot een melkproductie, die goed is wat betreft de samenstelling als wat betreft de hoeveelheid. Hiervoor moet een goede overschakeling tijdens de laatste paar dagen van de dracht kunnen plaatsvinden naar een kraamstalvoer. De voerfirma's zullen u weer adviseren. Als u geconfronteerd wordt met bijvoorbeeld een niet goed vorderende geboorte of met onvoldoende melkproductie, mogelijk in combinatie met teveel uierontsteking, dan is het zaak om ook te kijken naar de voerschema's rondom het werpen. 

Voeding-gezondheidsrelaties bij biggen. 
Biggen bij de zeug en na het spenen zijn heel gevoelig voer alles wat met voer te maken heeft. Het begint indirect al via het voeren van de zeugen. De zeug, die niet goed gevoerd (kan) worden, zal melk van mindere kwaliteit gaan geven en ook in mindere hoeveelheid. Het gevolg is, dat jonge biggen onvoldoende zullen gaan groeien en minder immuniteit tegen ziekten zullen meekrijgen. Men ziet dan nogal eens een toegenomen problematiek ontstaan van geboortediarree door bijvoorbeeld Coli- of Clostridium-bacterieën, ook zal men vaak na een aantal dagen een toegenomen kreupelheid gaan zien bij jonge biggen wegens onvoldoende bescherming tegen Streptococceninfecties.Dit alles zorgt voor kwalitatief mindere biggen, toegenomen arbeid in de kraamstal, meer medicijnenverbruik in die fase, etc. Er moet ons alleen daarom al alles aan gelegen zijn om de start in de kraamstal voor de jonge biggen via allerlei maatregelen, maar ook via de voerbijdrage optimaal te doen zijn. Na het spenen zijn de biggen aangewezen op vast voer, de melkbron valt weg. Dit is een wezenlijk moment, dat de darmgezondheid onder druk komt te staan. Als deze overgang van melk naar vast voer te stroef verloopt, dan zullen darmbeschadigingen bij de speenbiggen optreden, waardoor ziekteverwekkers, die normaal in de darmen verblijven, gemakkelijk via opname naar het lichaam en de bloedbaan, op diverse plaatsen in het big ontstekingen kunnen geven. De bekendste verwekkers zijn de Coli-bacterieën met allerlei gradaties van speendiarree tot gevolg en de Streptococ, waarbij men dan bij de speenbiggen een duidelijk grotere kans op gewrichtsontstekingen en hersenvliesontsteking met toegenomen kans op uitval; de overlevende dieren zullen ,minder groeien en onvolwaardiger het gewicht van afleveren bereiken. Om dit soort klachten proberen te voorkomen is het belangrijk, dat het big in de kraamstal al gaat gewennen aan ander voer dan de melk; dit moet men al proberen vanaf de leeftijd van 10 tot 14 dagen via het bijvoeren in ronde bakjes van licht verteerbare mengsels van biggenvoer met water (“papjes“). Dit moet dan geleidelijk in de kraamstal worden omgezet naar droogvoer, zodat de biggen het al kennen en accepteren voor het spenen. Dit zal ervoor zorgen, dat de biggen beter doorgaan met het opnemen van vast voer na het spenen, waardoor er minder kans is op een voeropname-stop na het spenen, dan na een paar dagen ineens heel veel voeropname met darmbeschadiging en de genoemde ziekten als gevolg. Goede voerstrategieën zullen moeten worden afgestemd in nauw overleg met de voerleverancier. 

Voedings-gezondheidsrelaties bij vleesvarkens.
Bij vleesvarkens is de voeding belangrijk om het dier snel te laten groeien met een zo goed mogelijke spier-spek-verhouding met goed vleespercentage, waarbij een goede voerconversie gerealiseerd moet worden. Dit alles tegen een voerprijs, die zo goedkoop mogelijk moet zijn. Hier schuilen een aantal valkuilen in, die ervoor kunnen zorgen, dat de voerkwaliteit zich gaat keren tegen de gezondheid van het vleesvarken. Als we het ziekte-beeld PIA bekijken, dan moeten we ons realiseren, dat dit beeld onder andere via bepaalde voercomponenten kan worden opgewekt. We zien bijvoorbeeld, dat het toevoegen van bepaalde vetkernen als “goedkope“ energiebron het maagdarmkanaal extra kan gaan belasten op de overgang van de dunne darm naar de dikke darm, daar waar ook de Lawsonia-kiem als verwekker van PIA zijn werk kan doen. ”Goedkoop“ kan dan “duurkoop“ zijn; de uitval zal toenemen en de overlevende dieren zullen meer uit elkaar groeien met een duidelijk ondereind erbij. De technische cijfers zullen teruglopen. Coli-bacillose is een ander ziektebeeld wat beschreven wordt met een onder andere voedings-gerelateerde oorzaak. Men zal met name bij de opvang in de vleesvarkensstal een manier van voeren moeten hebben, wat ervoor zorgt, dat de eerste voeropname gemakkelijk gaat en wat tegelijkertijd ervoor zorgt, dat de opname niet overmatig is met risico's van verteringsstoornissen. Dit alles naast de gebruikelijke andere maatregelen van een correcte opvang natuurlijk.
Aandachtspunten en actualiteiten: een tot op de dag van vandaag belangrijk aandachtspunt is het verstrekken van voldoende drinkwater op alle plaatsen van de productiecyclus. Dit draagt in heel belangrijke mate bij aan een goede voeropname en zal ervoor zorgen, dat zeugen optimaal in conditie blijven met een biestproductie, die goed is qua samenstelling en qua hoeveelheid. Daardoor zal de bescherming tegen eerder genoemde ziekten maximaal zijn. Er zal minder uitval van biggen in de kraamstal zijn. Ook bij speenbiggen en vleesvarkens is de watervoorziening essentieel. De prestatie van deze diercategorieën zal verbeteren. Een ander aandachtspunt, wat steeds meer in de positieve zin besproken wordt is het meten van de conditie van de zeugen; het bloedonderzoek, waarbij in het bloed gekeken wordt naar de hoeveelheid eiwitten in het bloed en de samenstelling hiervan, doet een voorspellende waarde over de conditie van de zeug en de reeds genoemde kwaliteit en hoeveelheid van de biestproductie. In overleg met uw voervoorlichter en uw dierenarts kunt u komen tot een voor uw bedrijf uitgebalanceerd voerpakket, dat bijdraagt aan gezondheidsbewaking op uw bedrijf en tot een goede productieprestatie. 

Samenvatting.
Bij varkens is er een relatie tussen goede voeding en gezondheidsbewaking. In overleg met uw voervoorlichter en uw dierenarts is het heel wel mogelijk om op een aantal plaatsen goed te sturen op voerniveau om te komen tot een goede inperking van risico's, die aanleiding zouden kunnen geven tot het opwekken van ziektebeelden. Dit alles zal aanleiding geven tot een verbeterde productie met minder medicijnengebruik; daarnaast zal het arbeidsplezier toenemen.


Paul Verstraelen, dierenarts varkens

Uw reactie op dit artikel.

Geef uw eigen reactie door hier te klikken