De dodelijke paardenziekte, 'het West-Nijlvirus', kan ook in ons land uitbreken. In Amerika, maar ook in Italië en Oostenrijk, zijn er al vele paarden aan gestorven. Het virus wordt overgedragen door muggen. Preventief vaccineren is de beste manier om verspreiding te voorkomen.
De ziekte wordt veroorzaakt door een virus, wordt overgebracht door muggen en plant zich voort in wilde vogels. De ziekte is gevaarlijk voor paarden, mensen en vogels. Mensen en paarden kunnen elkaar niet rechtstreeks besmetten. Besmetting is eventueel wel mogelijk door bloedtransfusies en transplantaties.
De ziekte is bekend in Afrika, het Midden Oosten en sinds 1999 ook in de USA en Europa. Het virus beschadigt zenuwcellen in de hersenen en het ruggenmerg. Symptomen bij het paard zijn koorts, depressie, ataxie, zwakte, spiertrillingen, anorexie, hersenverschijnselen en plotselinge dood (in ongeveer 30% van de gevallen). Symptomen bij de mens komen maar in 20% van de besmette mensen voor en bestaan voornamelijk uit hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid en wat pijnlijke gewrichten. Een enkele patiënt krijgt ook last van hersenverschijnselen en hersenvliesontsteking.
De diagnose kan worden gesteld door middel van bloedonderzoek of onderzoek van hersenvocht.
Een echte therapie voor deze ziekte bestaat niet. Als ondersteuning kan men ontstekingsremmers en hyperimmuun plasma geven.
Preventie van de ziekte bestaat uit het weren van muggen en uit vaccinatie. Deze vaccinatie is nu ook in Nederland beschikbaar. Om een goede immuunstatus te verkrijgen dienen de paarden jaarlijks 2x geënt te worden met 3-6 weken tussentijd. De vaccinatie biedt helaas geen 100% bescherming.
Fleur Kloppenberg, dierenarts paarden